Afbeelding

Column De Buitenstaander: “Loaf is in die Ééhaa”

Opinie

Lang geleden was ik een weekje in Venetië. Ik sliep op een camping in het naast gelegen Mestre, want Venetië zelf was budgettair even niet mijn vibe.
‘s Avonds was er een campingfeest. Plastic stoelen, lauw bier en cola, en een dj die vermoedelijk ook de eigenaar van de camping was. Hij draaide italo-disco met van die overdreven dramatische zang en teksten als marketing-Engels zoals je wel ziet op achterkanten van pizzadozen. Woorden als ‘Hey’, ‘Fire’, ‘Night’, ‘passion’ werden eindeloos herhaald. Superstrakke drumcomputers, die een Zwitsers horloge zich nog schuldig laten voelen, zetten mijn hersens in standje ‘verweking’. Gelukkig viel er ook nog wat te kijken.
Er waren een paar Engelse schoolklassen, leerlingen van een jaar of 16, 17. De meiden stonden al vrij snel te dansen - zoals dat gaat - een beetje giechelen, een beetje kijken wie er kijkt. Zuipen kunnen die Engelse meiden trouwens ook. De jongens? Die deden wat Engelse jongens op die leeftijd doen: beetje her en der staan, handen in de zakken, doen alsof ze er per ongeluk zijn beland.
En toen… ging de deur open. Terwijl op de achtergrond iemand zong dat er ‘loaf in die Ééhaa’ hing, kwam een viertal ‘Italian stallions’ als een stel revolverhelden uit een spaghettiwestern het feestzaaltje binnen gelopen. Alsof iemand op een knop had gedrukt met het label ‘stereotype’, flaneerden ze naar binnen. Dit waren wandelende wonderen der natuur. Mooi gebruind, strak shirtje (of eigenlijk: strategisch gebrek daaraan), zwart haar in een glimmende perfecte paardenstaart, en een zelfvertrouwen waar je u tegen zegt.
Ze bewogen zich als een stel volleerde Venetiaanse Chippendales de dansvloer op, alsof er een slow-motion camera meeliep. Binnen drie seconden zaten ze midden tussen de Engelse meiden, en begonnen - zonder enige gêne - een soort choreografie die ergens tussen dansen en een paringsritueel in hing.
Het effect was verbluffend.
Binnen een mum van tijd waren de zijkanten van het zaaltje versierd met Engelse mannelijke muurbloempjes, die eruitzagen alsof ze zojuist collectief hun toekomst zagen verdampen. Schouders iets ingezakt, blik op oneindig, innerlijke monoloog op standje crisis. Ongeloof droop van hun gezichten. Toen er twee langs me heen liepen, hoorde ik de een tegen de ander jeremiëren: ‘I don’t fuckin’ believe it!’
Ik vertelde het later tegen een vriendin die er hard om moest lachen. ‘Ja, vakantieavontuurtjes he, haha, we maken ze allemaal mee’. ‘Ja,’ zei ik, ‘maar het gaat me niet om dat avontuurtje. Het gaat me om dat moment waarop een cliché - de gebruinde Latin lover - ineens geen cliché meer is, maar gewoon… realiteit. En dat alle normale jongens spontaan figurant worden in hun eigen leven.’
Ze wuifde het weg. ‘Ach joh, dat zijn versierders. Leuk voor even, geinig, maar daarna is het klaar. Ik had dat in Spanje ook altijd. ‘Wat iesse jor neem?’ zei d’r eens eentje, ‘I laik joe.’ En toen antwoordde ik: ‘Mosterdpot!’ ‘Mosserpottéé… i laik, isse biutiful neem. Oh, mosserpottéé, wie must dance at die beach toenait. Iesse biutiful moon.’
Ik moest denken aan die Engelse jongens en aan een rijmgrapje dat ik ooit hoorde:
De dames trekken zich normaliter weinig aan van mij.
Maar in de buurtsuper daar staan ze voor me in de rij.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant