Afbeelding

Column De Buitenstaander: Het dure katje

Opinie

Een tijdje geleden was ik rond middernacht bij cafetaria Het Poortje in de Arnhemse Steenstraat. Buiten stond een groepje mensen te wachten en iemand had een beeldschoon klein katje in zijn handen. ‘Die dingen zijn fokking duur joh,’ hoorde ik iemand zeggen.
Ik had telefonisch besteld en ging in afwachting onuitgenodigd bij het groepje staan. Ze keken me ietwat onwennig aan, maar hee, ik ben relaxed en cool. Ze praatten door alsof ik er niet stond. Ik keek ondertussen het katje aan. Het was een knapperdje, prachtig grijsblauw van kleur. ‘Ja, jij bent vast fokking duur,’ dacht ik.
Het katje zelf, niet veel meer dan een handjevol, keek verwonderd de wereld in. Het had nog zoveel te ontdekken. Ik ontdekte ondertussen wat de marktwaarde van spinnemansje was, die een blauwe rus bleek te zijn. ‘Vijftienhonderd euro!? Man, dat is vette handel joh.’
Aan de manier waarop het katje in een jaszak werd gefrommeld, van waaruit het verder glazig de nacht inkeek, vermoedde ik dat de handel en wandel van het diertje op onzekere pootjes stond. Dit had weinig met dierenliefde te maken, maar vooral met: kijk mij eens een exotische kat van anderhalf duizend ballen bezitten.
Ik betaalde mijn geliefde paneerjuweel, de bamischijf, besteeg mijn stalen ros en dacht: ik zou vanavond best wel met een kat in de zak thuis willen komen. Ik wil al langer een huisdiertje en ik was spontaan verliefd geworden op het katje. Maar ik zag mezelf, los van het bedrag, nou niet bepaald midden in de nacht een deal sluiten met types die alleen maar met geld bezig zijn. Een tiental seconden later werd ik bijna van m’n fiets geknald door een peperdure oranje Audi. De ‘bezonnebrilde’ stuurkunstenaar stak zijn hand op alsof hij met een karateslag een baksteen boven zijn hoofd wilde vermorzelen. ‘Sorry’ betekende dat gebaar zeker niet. Het kon een loodzwaar overbetaalde voetballer zijn of een zeer jonge succesvolle zakenman. Daar zie je er veel van in de Steenstraat. Als je de duurste nieuwste BMW’s of Audi’s wilt zien, moet je daar maar eens ’s avonds gaan kijken. Ik gokte zakenmannetje, want het armlastige Vitesse betaalt niet zulke lonen. Aan het blonde grietje dat naast hem zat kon ik het ook niet zien. In plaats van ‘kijk toch uit’ tegen haar chauffeur te roepen, of aanverwante teksten, stiftte ze onverstoorbaar haar lippen.
Ik vloekte maar dacht bijna gelijktijdig: ik schaf me potverdomme een kat aan. Zo’n rafelige uit een asiel. Daar zit vast een afgetrapte rooie kater scheef uit z’n ogen te kijken, wachtend op iemand als ik die hem wél ziet zitten. Voor bijna niks. En hoe oud ie ook is, ik ga ‘m elke dag van zijn verdere leven trakteren op een blik van: ‘Fuck, wat overkomt mij nou?’ Dan gaat ie lekker spinnen, tegen je aan liggen, kopjes geven alsof ik de beste beslissing van z’n leven ben. Misschien mist ie een tand. Misschien pist ie de eerste week in een hoek van de kamer. Misschien vertrouwt ie me voor geen meter. Geeft niet. Tenminste één van ons tweeën moet toch nog ergens in kunnen geloven.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant