
Lezers schrijven: Oude Helena Kerk
OpinieHelena huilt
Het orgelconcert was toch zo mooi. Met Harry van Wijk in de Oude Helenakerk op zondagmiddag 12 juli was het balsem voor de ziel. Hij speelde, voor meer dan honderd belangstellenden, onder meer de filmmuziek uit Schindler’s List. Die zou, voorspelde hij vooraf, nog lang in het geheugen blijven. Menige toehoorder, ik ook, hadden erna tranen in de ogen. Wat een contrast met de afkondiging namens de kerkenraad Protestantse Gemeente Aalten in de Zuiderkerkse ochtenddienst. Want de beslissing tot afstoting van de OHK blijft kerkrechtelijk overeind.
De Stichting Oude Gelderse Kerken mag als begunstigde van de overdracht van geluk spreken. Sinds 2021 zijn de verliezen van de SOGK alleen maar toegenomen. Over 2025 boekte ze een verlies van bijna 290.000 euro, de helft meer dan vier jaar eerder. Tijdens die periode daalden de bijdragen van donateurs met ruim twintig procent. De personeelskosten stegen met tachtig procent. Bij verlieslijdende organisaties zou je verwachten dat ze de tering naar de nering zetten. Zo niet bij de SOGK, waar het totale eigen vermogen sinds 2014 tot bijna de helft is verminderd. Waarom heeft de PGA geen bedrijfsscan met gepaste zorgvuldigheid laten uitvoeren?
“Wat Calvijn kon...
...kunnen wij nog steeds”, moet de PGA-kerkenraad inzake de OHK hebben gedacht. In de geschiedenis van de Hervorming hebben neuzen lang niet altijd dezelfde kant op gestaan. Zo was dat halverwege de 16e eeuw in het theocratische Genève. De in het geloof verdraagzame Sebastian Costellio kreeg het er aan de stok met Johannes Calvijn. Het geschil tussen de twee liep zo hoog op dat Calvijn alles uit de kast haalde om Costellio de mond te snoeren. Een eeuw later had in Amsterdam de kerkenraad weinig op de broers Adriaen en Johannes Koerbagh. Ze werden in het geloof als te rekkelijk beschouwd en vervolgd, met gedeeltelijk succes.
Vandaag zijn het geen theologische disputen die leiden tot een kerkelijk spreekverbod. In het Aaltense draait het om verschillen van inzicht over aards onroerend goed. Dat merken ook lokale dominees. In het traject van de meningsvorming over de OHK waagde de een zich voor behoud uit te spreken. Dat nu viel verkeerd. De kerkenraad legde de betrokkene een spreekverbod op. Een fijnzinniger behandeling valt anderen wel ten deel. Zeker één had zich dan ook positief over de afstoting uitgelaten. Zo geldt in protestants Aalten: wiens brood men eet, diens taal men spreekt.
“Wat Lenin leerde...
...laten wij ons aanleunen”, kan de onbewust dwingende denklijn van de Aaltense kerkenraad zijn geweest. Het nodige springt in het oog. De overdracht van de OHK wordt geafficheerd als een transactie voor het symbolische bedrag van één euro. Maar de SOGK krijgt ook een giga-bruidsschat mee. Voor verbouwing van de kerk en orgelkosten alleen al krijgt de SOGK 850.000 euro van de PGA. Daarnaast krijgt ze met gelden van de Stichting Restauratiefonds voor de Oude Helenakerk nog eens de beschikking over ruim een derde miljoen euro. Jaarlijks komt er dan een kers op de taart: de PGA verplicht zich aan de exploitatie van de kerk voor zeker vijfduizend euro.
Ook niet-protestanten kunnen aanvoelen dat hier een schoen wringt. Want vóór de PGA in 2006 ter wereld kwam was de Stichting Restauratiefonds al een kwart eeuw actief vanuit de hervormde gemeenschap. Door schenkingen en legaten van vooral hervormde kerkleden bouwde de SRF haar kapitaal op, nog los van wat de Hervormde Gemeente zelf bekwam. Voor synodaal gereformeerd Aalten een meevaller, want met de PGA kreeg het Kerk én kapitaal in de schoot geworpen. Zie het als een Jacob 2.0 uit Genesis 25. Daarin stond Esau zijn jongere broer Jacob zijn eerstgeboorterecht af in ruil voor een door Jacob bereide schotel rode linzen. In de PGA grist de Jacob van de 21e eeuw in Aalten ook nog eens de schotel van zijn oudere broer weg, die hij zelf niet eens gekookt heeft.
Een eeuw geleden had de Russische revolutionair Vladimir Ilyitsch Lenin daar ook wat mee. De naam Jacobijnen sprak hem aan: het genootschap met een sleutelrol in de Franse Revolutie. Lenin zag er een voorbeeld in van hoe na 1917 zijn eigen revolutie moest plaatsvinden.
Bij de Russische Revolutie paste de onteigening van de bezittende klasse. Paste de uitschakeling van de volksraadpleging: aan het volk zelf behoefde voortaan niets meer te worden gevraagd. Paste de uitschakeling van de vrije pers, in plaats waarvan een door Lenin opgerichte partijkrant kwam. Paste het monddood maken van beleidsmatig andersdenkenden. Jaren voor de Revolutie had Lenin het in zijn geschrift ‘Wat te doen’ (1902) over de te volgen strategie terdege nagedacht.
Wacht even: zijn dit niet parallellen waar synodaal gereformeerd Aalten aan is te spiegelen? De jacobijnse achterkleinkinderen van ds. Adriaan Schouten (‘de paus van Aalten’) staan nu in de voorhoede én aan het roer. De hervormde voormalige kapitaalverschaffers zijn hun geld en stem kwijt. De vervreemding van de OHK hoeft niet meer aan het kerkvolk te worden voorgelegd, laat staan aan niet-PGA kerkelijke Aaltense burgers. En dissidenten rest geen meningsvrijheid meer.
“Wat Dante dichtte...
...daar doen wij het voor”, kan bij de PGA-kerkenraad de diepste leidraad zijn geweest. De echte pijn ligt in de eigendomssplitsing van OHK en kerkelijk centrum Elim. Ze horen bij elkaar. Nu ligt bij de Kerk geestelijke functie. Bij Elim de sociale, met het natje en droogje dat bij elk samenzijn past. Behalve de zalen met bedrijfskeuken betreft dat het sanitair. Wie vanuit de Kerk een toilet behoeft is daarvoor, zo blijkt uit stappentelling, op zijn hoogst 65 meter en driekwart minuut onderweg.
Maar na de kerkoverdracht is gebruik van sanitair bij Elim geen optie meer. Onder auspiciën van SOGK en PGA kwam er dus een plan waar de meeste verbouwingskosten aan zullen zal opgaan. De noordbeuk van de Kerk is in het vizier om het toekomstige bezoekers mogelijk te maken bij te tanken dan wel zich te ontdoen van vocht en materie. Een 21e eeuwse uitstraling kan daarbij geen kwaad, is dan vast de gedachte.
De noordbeuk van de Kerk, gelegen pal tegenover de preekstoel, bevat kerkbanken voor naar schatting vijftig personen. Wie niet op de voorste rijen maar wel volop een activiteit wil bijwonen kan daar terecht. Belangrijker is nog dat de beuken enorm bijdragen aan de akoestiek van van oude kerken. Het vullen van die leegte met iets anders betekent een wissel trekken op de auditieve waarde van zowel het kerkorgel als ieder ander muzikaal instrument.
Elke klomp breekt vervolgens bij wie tot zich de waarde van de muurschildering boven de beuk laat doordringen. Van top tot teen staan daar afgebeeld de kerkmoeder Helena en haar het christendom in Europa funderende zoon, keizer Constantijn. Hun murale aanwezigheid samen is in West-Europa uiterst zeldzaam en niet elders in Nederland te zien.
Helena en Constantijn worden in de OHK niet met een fresco verbeeld, maar met een secco. Het eerste heeft als ondergrond natte, verse kalkpleister. De tweede heeft een droge pleisterlaag, waardoor het werk kwetsbaarder is. Voor vocht en slijtage is een secco veel gevoeliger dan een fresco. Dat brengt de absolute noodzaak met zich mee om vochtbronnen op een zo groot mogelijke afstand te houden.
Juist deze plek zal het onzalige verbond tussen PGA en SOGK moeten ondergaan. Het schilderwerk begin 16e eeuw was sacraal: alleen het mooiste was goed genoeg. Binnen de kunstmurale wereld is in deze fresco-secco categorie Leonardo da Vinci’s Laatste Avondmaal het summum. Vaak onderging het restauratie na opgelopen kleurschade, in weerwil van een vlekkeloos onderhouden omgeving. Wat het Laatste Avondmaal is voor kunstminnend Milaan, zou Helena en Constantijn voor Aalten moeten zijn. Want het goddelijke was, is en blijft artistiek en het artistieke goddelijk.
Vraag aan een gemiddelde Italiaan, al dan niet religieus, of pal onder het Laatste Avondmaal een wasemende keuken-met-poep-en-plas-plek een goed idee is. Het antwoord laat zich raden. Zelfs de meest beschaafde Milanees kan een antwoord te binnen schieten waarvan de vier woorden, Italiaans noch vertaald, op deze plek in de verste verte thuishoren. Toch heeft de PGA-kerkenraad, kerkrechtelijk gesanctioneerd, tot dit fundamenteel onsmakelijke plan besloten.
Een kerk is een gebedshuis. Een plaats van viering en meditatie. Van stilte. Van al dan niet kerkgebonden genieten. Het kan zijn dat de akoestiek van de OHK met een keuken-plus-p.p.p. geen schade ondervindt. Het kan zijn dat een bezoeker driekwart minuut verplaatsing richting Elim te veel vindt. Het kan zijn dat de kosten, schade en risico’s van waterleiding met riool naar de noordbeuk meevallen. Alles kan. Maar wie de onomkeerbare verminking van de Oude Helenakerk voor lief neemt mag ook over Dante Alighieri’s negende cirkel van de hel nadenken. Niet eventjes.
Verdriet van Aalten
De mededeling namens de kerkenraad in de Zuiderkerk op 12 juli verliep probleemloos. Ze hoorde in een kroniek van wat eerder al aangekondigd was. Wat dat is? Nee, niet de teloorgang van sociaal weefsel in de plaatselijke gemeente, die al lange tijd gaande is. Niet de verdamping in mum van tijd van financieel kapitaal dat decennia lang is opgebouwd. Niet de al opgelopen en te verwachten imagoschade voor de protestantse bestuurscultuur in brede zin.
In de Landstraat nam Helena een voorschot op het orgelconcert ‘s middags. De tragedie handelt niet over haar dood in 327 maar over haar zielendood nu. Geen plotselinge ramp, maar de kroniek van een aangekondigde zielendood. Een kruipend cataclysme. Want met Helena wordt een kerkgebouw, een gemeenschap, een historie en cultuur van een ziel ontdaan. Door verdriet van Aalten was ze haar tranen niet meer de baas. Sindsdien huilt Helena. Ze zal dat blijven doen.
Hans Nusselder, De Heurne.
In afkomst is de schrijver van synodaal gereformeerde huize.










