
Column De Buitenstaander: Nu in handige verpakking
OpinieEen pak ham, kaas of salami ‘in handige verpakking’ openmaken is tegenwoordig vaak al zo’n beproeving dat ik me serieus afvraag hoe ik dat ooit moet doen wanneer ik écht stokoud ben. Nu al voelt het alsof ik auditie doe voor de demonstratiesport ‘plastic worstelen voor senioren’ op de Olympische Spelen. Ik hoef alleen maar naar zo’n verpakking te kijken en mijn vingers schieten spontaan in de artritis.
Vroeger zat er gewoon een velletje cellofaan omheen. Dat trok je open, klaar. Tegenwoordig krijg je een verpakking die ontworpen lijkt door een team sadistische ingenieurs met een passie voor frustratie & irritatie.
Je hebt dan zo’n piepklein lipje. Dat moet je ‘eenvoudig lostrekken’. Ja, eenvoudig voor iemand met hydraulische klauwen uit een havenbedrijf misschien. Maar ik ben een gewone sterveling. Tegen de tijd dat ik dat lipje te pakken heb zit ik al, met mijn leesbril op het puntje van mijn neus, tong uit de mond van concentratie, alsof ik een openhartoperatie uitvoer op een hamster.
En altijd gebeurt hetzelfde: je trekt… voorzichtig… nog iets voorzichtiger… en dan scheurt niet de verpakking open, nee hoor - alleen dat klotelipje zelf breekt af.
Dan zit je daar.
Met een paar plakken oude kaas die je aankijken vanuit een volledig intacte vestingmuur van plastic.
En dan vol goede moed verder.
Eerst proberen met de nagel. Nou, de reden dat ik flamencogitaar spelen heb opgegeven zijn mijn broze nagels, dus dat lukt al niet. Daarna met een mesje. Om een slagaderlijke bloeding te voorkomen vervolgens met de schaar: maar die ligt natuurlijk weer overal behalve in de keukenla waar hij hoort. Uiteindelijk sta je met je tanden aan zo’n verpakking te rukken alsof je een verdwaalde steenmarter bent die vastzit in een vuilniszak.
Je zult je moeten abonneren op bejaardenfitness met speciale krachttraining om al die verdomde handigheid te kunnen pareren: ‘Goedemorgen dames en heren, vandaag trainen we de polsen en de vingers op de vacuümverpakking van belegen kaas! Daarna vijf minuutjes roeien, tien minuten salamilipjes lostrekken en als cooling-down een pot augurken losdraaien’.
Want ook dat is zoiets. Wie krijgt die ooit zomaar open? Er moet ergens een fabriek bestaan waar ze die deksels met een momentsleutel vastdraaien alsof er uranium in zit.
Álles heet tegenwoordig ‘gebruiksvriendelijk’. Dat betekent meestal dat er eerst drie handleidingen, twee pincetten en een aardige buurjongen aan te pas moeten komen. Je voelt je op dat moment geen mens meer. Je voelt je een oude soepkip die door de voedingsindustrie actief gepest wordt.
Het is vaak een oefening in zelfbeheersing om etenswaren niet als een helligen hond door de keuken te flikkeren terwijl je hardop schreeuwend dicht:
Nu met handige verpakking.
Als ik het alleen al lees,
dan sluipt in mij de vrees:
Het is vast weer zo’n onding!
Je voelt je ’n dood soepkipje
wanneer je dat ‘speciale’ lipje
van dat kloteplastic af wilt rukken.
Ze zitten met ons oudjes te fucken.
Ik heb niet meer zoveel macht
in mijn vingers, veel minder kracht.
En ik zeg ’t jullie: ’t staat ieder vroeg
of laat te gebeuren
dat bij je plakje salami komen,
aanvoelt alsof je ’n telefoonboek
doormidden moet scheuren.










