
Column Dichterbij: Hongaarse lente
OpinieDirect na Lintjesregen, Koningsdag en Dodenherdenking hebben mijn vrouw en ik een vakantietrip naar Budapest, Praag en Neurenberg gemaakt. Met de trein vanaf Borken, voor die afstanden goed te doen en betaalbaar met een InterRailCard. Voor 240 euro kon ik als senior vier kalenderdagen onbeperkt treinen, eersteklas welteverstaan. Met de huidige benzineprijzen goedkoper dan 2.600 kilometer autorijden.
Ik was eerder in Budapest, in 1982, tijdens de laatste treinvakantie als ‘kind’ met mijn ouders naar een huisje bij het Balatonmeer. Hongarije was het meest vrije, of beter gezegd minst onderdrukkende, Oostblokland. Het Goulash-communisme zorgde voor enige economische vrijheid en welvaart. Ik heb maar beperkte herinneringen aan die vakantie; een Russische officier in een platenzaak die een ABBA-album kocht, het Calvijnplein, heel lage prijzen, zo laag dat we soms zelfs boodschappen deden met een LADA-taxi, en een totaal onbegrijpelijke, van oorsprong Aziatische taal die mijn vader tot wanhoop dreef toen hij zonder GoogleTranslate voor mijn zus maandverband moest kopen in een apotheek.
Hongarije was het eerste communistische land dat in 1989 de grens opendeed en daarmee de kettingreactie opriep waardoor uiteindelijk overal in het Oostblok de communistische dictaturen verdwenen.
De laatste jaren is Hongarije vooral bekend geworden door zijn minister-president Orban, die zich steeds meer afzette tegen Europa en zich steeds meer openstelde voor Rusland, de vroegere bezetter en onderdrukker. Na de verkiezingen in april werd net tijdens ons bezoek en nog wel op de Dag van Europa, 9 mei, de nieuwe minister-president Peter Magyar door het parlement gekozen. Het was groot feest in Budapest, vanuit het hele land waren tienduizenden uitgelaten Hongaren naar de hoofdstad afgereisd om erbij te zijn. Na zestien jaar Orban een historische omwenteling. Orban werd weggestemd, Magyars partij won bijna 70% van de zetels!
De verwachtingen zijn hooggespannen, de uitdagingen nog groter. Het leven is er best duur, gezien de lage salarissen, veel goedkoper dan in Nederland is het niet. Armoede is overal zichtbaar; dak- en thuislozen, bedelaars en achterstallig onderhoud aan infrastructuur en schoolgebouwen. Aan de andere kant is er onder Orban wel veel geld uitgegeven aan prestigeobjecten zoals de herbouw van gesloopte paleizen en de bouw van nationale musea. Corruptie en zelfverrijking alom en de vrijheid van burgers stond meer en meer onder druk. Dat laatste had ik van tevoren nog niet eens zo scherp in beeld, maar een ontmoeting met enkele oudere Hongaren na een kerkdienst maakte me dat duidelijk. “Sinds de verkiezingsuitslag zijn mensen weer opener geworden”, vertelde een vrouw me, “mensen ademen weer op.” En haar man zei me dat de sfeer de laatste jaren steeds beklemmender werd. Je moest weer oppassen met wat je tegen wie zei. “Het Orban-regime begon steeds meer trekken te krijgen van het vroegere communistische regime”, zei deze ervaringsdeskundige.
Met de benoeming van Magyar is er dus een nieuwe kans voor democratisch Hongarije. Een mooie ervaring om zo’n historisch moment mee te maken.
Burgemeester Anton Stapelkamp










