Afbeelding

Column De Buitenstaander: Gebakken lucht

Opinie

Ik speelde laatst met mijn band De Niemanders op het festival Down The Rabbit Hole, en resideerde drie dagen op een zogenaamde glamoureuze glamping. Daar sliep ik elke nacht in een super-de-luxe tent die, voor de gewone sterveling die niet in een band speelt, duizend euro huur kostte! Belachelijk duur. Mijn inziens gaat daar een boel aan kapot in Nederland: alles veel te duur maken! Gebakken lucht verkopen!
À propos gebakken lucht: toen ik ’s morgens vroeg wakker werd door een veel te hard sprekende buurman, hoorde ik ‘m op een gegeven moment op zo’n bekakt toontje zeggen; ‘Airfryers, o, dat vind ik toch zó pauper he!’ Hortend en stotend ratelde de strekking van deze pedante boodschap door de radertjes van mijn nog niet zo wakkere brein, waarna onder invloed van het volledige besef van diezelfde boodschap, mij mompelend maar strak gearticuleerd de volgende volzin ontglipte: ‘Doe achterlki-jken aover ’t peerd getilde volgevrèten geldzak!’ Ik moet er bij zeggen dat dat mompelen op een volume geserveerd werd, dat toch met enig gemak een tiental meters door de atmosfeer kon reizen. Het werd meteen muisstil bij de buren. Ik kon er wel om grinniken. Mij een beetje wakker maken zeg! Maar toen kon ik dus de slaap niet meer vatten. Airfryers, jeetje, misschien werd er ook wel iets getriggerd. Op de eerste festivaldag leek de lucht ook gefrituurd, zo heet was het. Een normaal (lees: klein) patatje met mayo kostte 7,95!
Daardoor moest ik weer denken aan een appje van een oude vriend, de dartele heer Duenk. Die had me een weekje daarvoor medegedeeld dat ik nooit meer een slaatje in de cafetaria van Bruggink, in het mij zo dierbare De Heurne, kon halen. ‘Airfryer killed the snackbar’, sloot hij zijn berichtje af. Potver-driemaal-domme, alwéér een traditie naar de gallemiezen. ‘Hoeveel ellende kan een mens aan?’ voegde hij er een minuut later met een knipoog aan toe. Mijn eerste slaatje bij Bruggink kocht ik als 15-jarige op de avond dat ik óók voor het eerst naar de legendarische plattelandsdisco I’Varca mocht. Dat slaatje (plus een extra ei) verbindt me met mijn jeugdige Sturm und Drang, toen ik als Dinxperado op mijn ijzeren ros luidkeels de baard uit mijn keel zong: ‘En als we naar Korea gaan, jenevertje, jenevertje, en als we naar Korea gaan, jenevertje gaat mee.’ Dát zongen we, dus ja, dat slaatje van Bruggink doet me ook wel eens aan Korea denken. Dat slaatje-recept is vast bijna zo oud als Bruggink zelf, van 1904 om precies te zijn. Ik reed er ruim dertig jaar voor om als ik in de Achterhoek was, en de laatste kerst die ik met mijn ma vierde, was er bij Bruggink ook een enorme schotel slaatje besteld. Wanneer er achter in de keuken bij Bruggink geroepen werd: ‘Is er nog een ei voor op een slaatje?’ dan wist men: Rocco is in da house. Maar goed, als er ergens een deur gesloten wordt, gaat een andere weer … los, om het maar ‘ns op z’n Achterhoeks te formuleren. Da’s geen traditie, maar een wetmatigheid.

Tekst: Rocco Ostermann

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant