Columns

Randbericht | Plantennamen

Plantennamen

Niets is meer vanzelfsprekend. Althans, steeds vaker bekruipt mij het gevoel dat dit zo is. Enige onzekerheid kan ik accepteren. Ik ben niet tegen veranderingen. Die mogen wat mij betreft zelfs vaak sneller gaan, al zijn de revolutionaire trekjes die ik in mijn jeugd had er wel af.

Aan de verandering van plantennamen ben ik gewend. Dat gebeurt al sinds ik mij in 1972 in de flora begon te verdiepen. Dat deed ik met behulp van de flora van Heimans en Thijsse, die in de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie klunzenbijbel werd genoemd. Een kluns was iemand die net lid was van de vereniging en nog weinig kennis had van planten en dieren. Die had eenvoudige gidsen nodig, zoals de genoemde flora.

Als je meer van planten wist werd van je verwacht dat je overging op de flora van Heukels. Als je daarmee werkte telde je pas mee. Van mij hoefde dat niet, want ik voelde me prima als ik niet mee telde. Bovendien vond ik de naam van een onbekende plant altijd gemakkelijker met de Thijsse. Toch heb ik later telkens een nieuwe druk van de Heukels gekocht, omdat die wel werd geactualiseerd. Dat is nodig, want er komen nog altijd nieuwe soorten bij en inzichten over de namen veranderen.

Dan bedoel ik geen taalkundige veranderingen waardoor fluitekruid fluitenkruid moest worden, wat ik nog steeds niks vind. Dan gaat het om een witte acacia, die nu robinia heet omdat het geen acacia is maar er alleen op lijkt. De Nederlandse namen veranderen gelukkig niet vaak. Bij de wetenschappelijke namen, die ik heb geleerd om met een Duister of Zweed over plantjes te kunnen praten, veranderen vaker. Dat is na elke nieuwe flora een flinke klus om die allemaal in mijn hoofd te krijgen.

Ik vrees echter dat een volgende druk tot veel wijzigingen van Nederlandse namen gaat leiden. In deze tijd mag een naam immers niemand meer onbedoeld kwetsen. Als ik dan meld dat ik vanmiddag onder andere de dolle kervel, de grote varkenskers, de witte waterkers, groot heksenkruid, rode kornoelje, zwarte nachtschade en gele mosterd tegen kwam heb ik al weer zeven groeperingen in onze samenleving beledigd. Dat wil ik uiteraard niet.

Daarom ben ik gestart om alle planten een naam te geven, die niemand, maar dan ook niemand op enigerlei wijze een negatief gevoel kan geven. Dat is een flinke klus. Van de namen met 'zwart' zijn er meer dan twintig, van die met 'wit' zelfs ruim dertig. Gelukkig zijn er nog altijd meer namen met 'gewoon' en 'gewone'. Dat is dan ook mijn streven bij het bedenken van nieuwe namen: gewoon doen.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden