Textielbaronnen

In mei is het 200 jaar geleden dat de neven Anton en Heinrich Driessen een vergunning kregen van Koning Willem I om beide een eigen textielfabriek in Aalten te vestigen. Anton en Heinrich verhuisden ook zelf met hun gezinnen uit textielstad Bocholt, toen Pruisisch. In het prachtige Textilmuseum in Bocholt kunt u kennisnemen van het rijke textielverleden van de streek. Aanrader! De komst van deze twee zelfstandige fabrieken vormde het begin van de textielindustrie in de Achterhoek. En daarmee ook van de industrialisering. De belangrijkste reden voor de vestiging in Aalten waren de hoge invoerrechten die Nederland hief om de economische ontwikkeling te stimuleren. Na de onafhankelijkheid van België in 1830 vestigde ook de Belg Van Eijck in Bredevoort een eerste textielfabriek. De industrialisering had grote gevolgen. Met de fabrieken kwamen er ook tientallen (buitenlandse) geschoolde arbeiders deze kant op. Deze arbeiders en hun directeuren waren grotendeels rooms-katholiek en die waren toen zeldzaam in Aalten en Bredevoort. Heinrich Driessen introduceerde in 1832 een stoomketel voor de blekerijen langs De Slinge (Slatdijk) en nam in 1849 als eerste in de Achterhoek als krachtbron voor de spinnerij (Harberskamp) een stoommachine in gebruik. Bij de overheden drongen de Driessens aan op investeringen in de aanleg van een grindweg van Lichtenvoorde naar Bocholt en de aanleg van spoor- en tramwegen. Eind negentiende eeuw voerden ze een ziektekostenverzekering en ziekengeld in. Ze bouwden fabrieken zoals op Het Blik, de Hofstraat en de Dijkstraat, maar ook meerdere voorname woonhuizen zijn verbonden met de Driessens, zoals Berkenhof en Beekhuize langs De Slinge die daarvoor zelfs op kosten van de familie verlegd werd. Dinxperlo ontwikkelde zich op gelijke wijze toen de Joodse ondernemer Prins in 1875 er een tapijtfabriek vestigde. Tal van andere bedrijven volgden, deels ook vanuit Pruissen/Duitsland vanwege de invoerrechten. De sociaal-culturele veranderingen ten gevolge van de industrialisering waren enorm. Tot 1900 was er veel kinderarbeid, al namen de Driessens niemand onder de 13 aan. De arbeidersklasse ontstond en vanaf 1900 ook vakbonden die verbetering van de arbeidsvoorwaarden eisten. Zo werd het loon nog steeds in Pruisische marken uitbetaald en waren er werkweken van wel 56 uur. Er ontstond ook een bovenlaag van rijke ondernemers die bijdroeg aan allerlei voorzieningen zoals kerken, scholen, de Aaltense Oudheidskamer en Aaltens Belang. Clemens Driessen speelde een verdienstelijke rol in het verzet en de hulp aan onderduikers tijdens de Tweede Wereldoorlog. De twee wereldoorlogen veranderden de machtsverhoudingen ingrijpend en door de toenemende buitenlandse concurrentie verdween langzaam maar zeker vrijwel de gehele textielindustrie. Ook de komst van honderden goedkope Turkse gastarbeiders vanaf 1965 hield dat niet tegen. Verschillende Driessens liggen op de r-k begraafplaats bij het NS-station begraven, loop er eens langs en neem de hoed/pet af voor deze ondernemers. Hun invloed was erg groot.