
Van Espen won wél rit, maar geen gele trui
SportDIDAM - “Je bent van harte welkom, maar wel aan het begin van de middag. Daarna moet ik de finale van de etappe kijken”, stelt oud-wielrenner Cees van Espen (87 jaar) uit Didam. Hij won als eerste Gelderlander in de Tour een etappe, had het geel ‘virtueel’ meerdere keren om de schouders, maar droeg het tricot nooit. Ook nu nog kijkt hij elke middag de finale van de beroemdste wielerronde.
Door Remko Alberink
Van Espen verhaalt beeldig over zijn glorietijd, toch al weer zes decennia geleden. Het is vrijdagmiddag en de Tour van dit jaar rijdt door Bretagne. Heel toevallig is dat ook de streek waar Van Espen victorie kraaide in 1965. “Het was het eerste deel van de vijfde etappe, een relatief kort stuk van 147 kilometer”, haalt hij zijn herinnering op. “In de middag volgde nog een individuele tijdrit, etappe 5B.”
Van Espen reed in de Televizier-ploeg van ploegleider Kees Pellenaars. “Er demarreerde een ploeggenoot van me en hij kreeg twee man mee. Later ging er een achteraan, en ik sprong vervolgens mee om de vlucht te bewaken”, schetst de oud-renner, geboren in Arnhem.
Finish
Het vijftal stevende op finishplaats Châteaulin af en Van Espen koos het hazenpad. “Je had toen geen hiërarchie, geen kopmannen, het was ieder voor zich, al reed je niet achter een ploeggenoot aan. In de kopgroep zaten ook twee Belgen die vooral tegen elkaar aan het rijden waren. Aan het eind van de rit hadden we vier plaatselijke omlopen met een klimmetje erin. Ik was geen klimmer, maar kon op de macht naar boven. Zie het als een soort Posbank. Op het klimmetje in de laatste ronde ging ik er vandoor. Ik bleef voorop en weet nog dat ik met de handjes in de lucht over de finish kwam. Ik had genoeg marge om het geel over te nemen. “
Dat euforiemoment werd Van Espen niet gegund. “Omdat die tijdrit er nog was in de middaguren, werden de truien alleen aan het eind van de middag uitgereikt. Pellenaars heeft nog geprobeerd dat te veranderen, maar dat lukte niet.”
Viering
In het anno 2025 gebruikelijk dat er ‘s avonds in het hotel geproost wordt op de ritzege van een ploeggenoot, dat was in 1965 wel anders. “Je ging naar het hotel, eten en rusten.”
Daarmee was de gele ambitie van Van Espen nog niet voorbij. ,,In de zevende etappe kwam ik weer met een kopgroep voorop, in totaal met acht man. Ik werd vijfde, na een bizarre finish. We zouden op de wielerbaan eindigen, maar door de regen was het daar te gevaarlijk. Dus werd de streep vlak voor de wielerbaan getrokken, alleen ons werd niets verteld. Ook mijn medevluchters wisten van niets. We hadden toen geen oortjes voor de communicatie in weet je.”
Van Espen stond door die imposante vlucht op een tweede plaats in het klassement, ook bij de start van de negende etappe. “Vervolgens kwam ik ten val en raakte ik geblesseerd aan de schouder. Dat was zonde, want de nummer één uit het klassement had op die dag opgegeven. Het was een dag dat we drie bergen over moesten. Dat ging natuurlijk niet heel fijn met die schouder, ik eindigde op grote achterstand.”
De etappewinnaar hield het geblesseerd nog twee dagen vol. “Maar onderweg naar Barcelona werd ik in de steek gelaten door de ploegleiding, ik kreeg een reserveband om mijn nek en zij reden naar voren. Toen ik lek reed had ik een probleem, want ik kon die band echt niet wisselen. Niet veel later stapte ik af.”
Pellenaars
Ploegleider Van Espen en Pellenaars, het bleek geen gelukkige combi. “Ik hoorde van anderen dat hij rondvertelde dat ik heimwee had en daarom was afgestapt. En dat hij mij ook niet meer mee zou nemen. Dat laatste klopte, ik heb geen Tour meer gereden.”
De ploegleider had een voorkeur voor renners uit Brabant, en stak dat niet onder stoelen of banken. “Ik was geen Pellenaars-vriend, ik kwam van boven de rivieren. Ik was wat stiller en zei nooit zo veel”
Na dat jaar wilde Van Espen naar een andere ploeg. “Ik kon naar een Belgische ploeg, maar daar kreeg ik alleen een shirt en een koersbroek. Boetes moest ik zelf betalen. Een overgang naar Willem II zag ik wel zitten. Alleen daarvoor moest ik ontslag nemen bij Televizier. Toen ik Pellenaars dat vertelde, zei hij doodleuk dat dit niet kon. Omdat hij contractueel nog een optie van een jaar op mij had, zo werkte dat vroeger.”
Giro
Dus Van Espen bleef, al bleef hij een eenling in de ploeg. “Ik weet nog dat ik later eens de Giro reed. Ik voorop, het leek erop dat ik de roze leiderstrui kon pakken. Achter mij maakten mijn ploeggenoten tempo in het peloton. Zij dachten dat mijn marge groot genoeg was, maar ik hoorde later dat Pellaars niet wilde dat ik in de leiderstrui kwam. Hij had liever een Brabander in die trui.”
De naam Nijdam is een bekende in de wielerwereld. “Ja, Henk Nijdam was mijn ploeggenoot, dat was de vader van Jelle Nijdam die later ook etappes in de Tour won.”
Van Espen had baby Jelle zelfs af en toe op schoot. Van Espen: “Als wij naar een koers moesten, was het altijd in Brabant verzamelen. Soms lukte me dat niet op de dag van vertrek, en dan ging ik al een dag eerder die kant op. Dan sliep ik bij een ploeggenoot, dus soms ook bij de familie Nijdam.”
Het plakboek wordt uit de kast gehaald en Van Espen staaft zijn verhalen met foto’s. Ook mooi is de wollen wielertrui van weleer. Renners zouden er nu in stikken, maar voor hem is het een mooie herinnering.