De sik
Mijn vader voetbalde vroeger bij het veteranenelftal van SV Dinxperlo, en als kleine dreumes ging ik vaak met hem mee. 't Was een elftal waarvan sommige spelers in het roemruchte verleden van de club de grote helden waren geweest. Met een flinke dosis Achterhoeks Latijn werden hun heroïsche daden telkens weer bezongen, waardoor ze voor mij bijna mythische figuren werden. Vol ontzag keek ik in de kleedkamer naar ze, wanneer ze ontspannen en routineus de veters van hun voetbalschoenen strak trokken. Dat hadden ze al duizenden keren gedaan. Al die wondergoals die achter hen lagen, al die fameuze, miraculeuze reddingen en giftige slidings… Zo meteen zouden ze vast weer een glimp van hun oude magie laten zien. In die kleedkamer werd altijd veel en hard gelachen. Het was een soort levend voetbalmuseum. Sommigen rookten nog een sjekkie met Zware Van Nelle terwijl ze met klikkende nopjes naar buiten liepen. Eén van die legendarische ‘grasiatoren' was Willie—De Sik—Elburg. Hij was de Pavarotti van SV Dinxperlo, maar niet vanwege een gouden keeltje in een imponerende klankkast. Welnee, De Sik had een lijf dat meer weg had van een pijlsnelle gazelle. Hij had echter, al lang voor good old Luciano dat deed, óók een witte zakdoek in zijn hand tijdens het werk. Tijdens het voetballen dus. Dat deed hij bij het veteranenelftal nog steeds. Die zakdoek was voor het zweet, zodat hij beter kon rennen en mikken. Een beetje à la Memphis, al had die moderne pauw er vast met gouddraad ‘no. 10' op laten borduren. De Sik verkeerde al in de nadagen van zijn carrière, maar was nog altijd razendsnel.
Voetballers praten vaak, op een enkeling na, in dezelfde voorgekauwde, zouteloze zinnen. De microscopische camera die op hun ‘authentieke emoties' staat gericht, vangt zelden iets op dat op een welgemeend woord lijkt. Maar De Sik had iets anders: een geheimzinnige glimlach. Die staat nog altijd in mijn geheugen gegrift. Ik herinner me ook nog glashelder dat er begin jaren tachtig opeens Chinese voetbalschoenen opdoken — nep-leer, lees: plastic — waarin je gruwelijke zweetpoten kreeg en het was de Dinxperlose voetballegende Wielleken ‘De Sik' Elburg die op een dag de trotse eigenaar werd van een paar heuse ‘kicks voor bijna niks'. Hij kreeg er zelfs een paar extra bij als cadeau. Achteraf begreep iedereen waarom hij twee paar kicksen voor de prijs van één had gekregen: na een vlammend schot in de blessuretijd van de eerste helft scheurde de hele zool onder zijn schoen vandaan, waardoor er in de rust al een nieuw paar moest worden aangetrokken. Ook dát paar haalde het einde van de wedstrijd niet. Daarmee werd maar weer eens bewezen dat goedkoop meestal duurkoop is. Overbodig te melden dat de Nederlandse voetbalschoenenmarkt niet door de Chinezen werd veroverd. Er zat geen ziel in. Het was onoprecht. Het was nep. De Sik — die ze net zo goed ‘het jachtluipaard' of ‘de hazewindhond' hadden kunnen noemen — bleef ondanks die Chinese kamikazeschoenen de snelste man van het dorp. Hij vormde samen met Fredy Schuurman een iconisch aanvalsduo dat SV Dinxperlo drie jaar lang in de top van het amateurvoetbal liet meedraaien. En nu? Nu draaft hij waarschijnlijk over de eeuwige voetbalvelden, vermoedelijk weer zij aan zij met Fredy…
Tekst: Rocco Ostermann