Foto: Frank Vinkenvleugel
Foto: Frank Vinkenvleugel Frank Vinkenvleugel

Kerstvertelling: De laatste ronde

Algemeen

REGIO - Het is nog donker wanneer de wekker van Harm voor de tweede keer deze ochtend met een luid gepiep afgaat. Met een diepe zucht en een harde klap brengt hij zijn trouwe digitale wekker tot zwijgen. Rillend van de kille kou in zijn slaapkamer kleedt Harm zich zachtjes aan, terwijl naast hem zijn vrouw nog in diepe rust is. Eenmaal beneden wordt hij enthousiast begroet door Sjors, hun trouwe viervoeter. Terwijl de koffie ondertussen pruttelt en de keuken zich langzaam met de geur van koffie vult, maakt Harm zich klaar voor de dag die voor hem ligt.

Door Daniëlle Jolink

Wanneer hij opgefrist de keuken inloopt, schenkt hij de koffie in zijn meeneembeker en grist snel zijn lunchpakket dat al klaarligt in de koelkast, mee. Buiten gaat het nachtzwart langzaam over in een lichtgrijze deken. Met nog een week te gaan tot Kerst zijn dit echt de donkere dagen voor Kerst, denkt Harm bij zichzelf. Een bijzondere week die voor hem ligt, want dit is zijn laatste werkweek. Kerstavond luidt het begin van zijn pensioen in.

Kerstavond
luidt het
begin van
zijn pensioen in


Een waterig zonnetje breekt door wanneer Harm met een redelijk gevulde tas zijn wijk inrijdt. Hij haalt een stapel post en een aantal brievenbuspakketjes uit de tas en begint aan zijn ronde.
Wanneer hij het pad van de familie Prinsen oploopt, ziet hij de twee jongens op de bank zitten, allebei druk verdiept in hun telefoon. Harm drukt een brief door de brievenbus, het geklepper doet één van de jongens opkijken. Harm steekt zijn hand op ter begroeting, maar de jongen is alweer in zijn telefoon verdiept.

Licht fronsend loopt Harm verder. Op weg naar het volgende huis komt hij langs het raam van mevrouw Jansen. Zoals iedere dag zit zij op haar vaste plek aan de eettafel en net als iedere dag maakt zij een eenzame indruk op Harm. Mevrouw Jansen zwaait naar Harm en hij zwaait terug. Post ontvangt mevrouw Jansen hooguit twee keer in de week en dan vooral reclame of een keer een officiële brief.
Eigenlijk is het dat soort post dat hij voornamelijk vast heeft, met af en toe een brievenbuspakketje en hier en daar een verdwaalde kerstkaart. Hoe anders was dit pak ‘m beet een jaar of vijftien geleden...

Toen was zijn fietstas soms zo zwaar beladen met alle kerskaarten die hij in de week voor Kerst bezorgde, dat hij soms moeite moest doen om zijn fiets in balans te houden. Er was dan eigenlijk bijna geen huis dat hij oversloeg. Het geluid van de ene klepperende brievenbus galmde vaak nog na, terwijl hij de andere alweer opende.
Toen vervloekte hij die drukke dagen voor Kerst nog weleens, maar nu denkt hij er regelmatig met weemoed aan terug. Het bezorgen van al die kerstkaarten had toch ook wel iets magisch. Voor mensen zoals mevrouw Jansen bijvoorbeeld, voor wie de dag lang en eenzaam voor zich ligt, het moment waarop hun brievenbus klepperde en er een handgeschreven kerstkaart met een persoonlijke groet op de mat lag, zorgde dan toch even voor verbinding met een wereld waarin ze steeds minder meedraaien.

Diep in deze gedachten verzonken nadert hij twee buurvrouwen die een praatje staan te maken. Hij overhandigt één van de buurvrouwen één van de weinige kerstkaarten die hij tussen zijn post heeft zitten. Enthousiast reagerend neemt de vrouw de kerstkaart aan van Harm. Terwijl hij zijn weg langzaam vervolgt, hoort hij de andere vrouw nog net zeggen dat zij al jaren niet meer aan kerstkaarten doet. “Als ik iemand fijne feestdagen wil wensen, stuur ik diegene wel een appje”, zo besluit ze.

Het onbestemde gevoel dat Harm deze ochtend bekroop, wordt er niet minder op na het horen van deze woorden. Het is misschien maar goed dat over een week zijn pensioen begint, denkt Harm bij zichzelf. De veranderde wereld waarin alles steeds digitaler en individualistischer lijkt te worden, vliegt hem soms aan.

De wereld
waarin alles
steeds
digitaler lijkt
te worden,
vliegt hem
soms aan


Wanneer hij vroeger de post kwam bezorgen begroetten de mensen hem automatisch wanneer hij langs hun ramen liep. Nu waren de meesten van hen vaak zo verdiept in hun telefoon dat ze niet eens opmerkten dat hij langs hun raam liep of dat de brievenbus klepperde. En blijkbaar is een appje met daarin de tekst ‘Fijne Feestdagen’ geschreven voldoende, terwijl er voor Harm toch echt niets boven een papieren kaart gaat. Zo één met een prachtige afbeelding van een winterlandschap of juist eentje met een grappige afbeelding en humoristische tekst. Die dan vervolgens een aantal weken hangt te pronken op het prikbord.

Vroeger dacht hij hier helemaal niet over na, vond hij het niet meer dan normaal dat mensen elkaar een kerstkaart stuurden. Misschien vond hij het zelfs ook weleens overdreven, al die kerstkaarten. Nu vindt hij het vooral jammer dat de generatie zoals de jongens Prinsen alleen nog opgroeien met een digitale kerstgroet en dat mevrouw Jansen niet reikhalzend kan uitkijken naar het moment dat Harm een kerstkaart bij haar in de brievenbus doet en zij verheugd de kaart kan lezen om te zien wie haar een kerstgroet stuurt.
En terwijl hij dit onder zijn ronde allemaal denkt, ontvouwt er zich een heus plan in zijn hoofd, dat ervoor zorgt dat voordat hij naar huis gaat, hij eerst nog langs de plaatselijke winkel gaat.

Wanneer Harm zijn vrouw thuiskomt, ziet ze hem zitten aan de keukentafel, die bezaaid ligt met stapels kerstkaarten. “Wat ben jij nou aan het doen?”, vraagt ze verbaasd? Harm veert verschrikt op. Hij was zo geconcentreerd aan het schrijven, dat hij zijn vrouw niet heeft horen binnenkomen. En terwijl zijn vrouw bij hem aan tafel schuift, begint hij te vertellen over zijn plan, het hoe én waarom.

Wanneer hij is uitgepraat, is het een minuutlang muisstil in de keuken. “Ik weet niet zo goed wat ik erop moet zeggen en wat ik ervan moet vinden”, begint zijn vrouw. “Ik geloof dat ik het zowel een idioot als een heel mooi plan vind, maar als dit is wat jij graag wilt doen in jouw laatste week als postbode, dan help ik je graag mee.” En zo zitten ze de hele avond samen, gebogen aan de keukentafel, de één na de andere kerstkaart te schrijven.

De volgende ochtend gaat Harm opgetogen op pad. Zijn fietstassen gevuld met brievenbuspakketjes, reclame, officiële brieven én een flinke stapel met handgeschreven kerstkaarten. Voor het eerst sinds jaren betreedt Harm tijdens zijn ronde ieder tuinpad om minimaal één kerstkaart door de brievenbus te gooien.
Wanneer hij bij de familie Prinsen langs het raam loopt, zitten de twee jongens weer verdiept in hun telefoon, op de bank, zonder Harm ook maar op te merken. Harm maakt zich er echter niet druk om, met een blij gevoel loopt hij het tuinpad van mevrouw Jansen op, zwaait naar haar, terwijl ze op haar gebruikelijke plek aan de tafel zit en steekt een prachtige kerstkaart door haar brievenbus.
En zo loopt Harm naar iedere brievenbus in de wijk om voor iedereen een handgeschreven kaart met een persoonlijke, anonieme, groet door de brievenbus te gooien. Dit tafereel herhaalt zich de drie daaropvolgende dagen steeds weer. Iedere dag een andere kaart met een andere, anonieme, groet erop.

Het is nog donker als de wekker van Harm afgaat maar deze keer slaat Harm hem na het eerste alarmgeluid, al uit. Hij ligt namelijk al geruime tijd wakker. Vandaag is het dan zover: de dag van Kerstavond én tevens zijn laatste werkdag. Maanden heeft hij hiernaar uitgekeken en vandaag is het dan eindelijk zover.
Wanneer hij voorzichtig het bed uitgaat, hoort hij naast zich een slaperige goedemorgen. “Een bijzondere dag vandaag he”, zegt zijn vrouw lachend. “Ik ga er ook uit, kunnen we nog even samen een kop koffie drinken voordat je aan jouw laatste werkdag begint.”
Wanneer ze beneden komen ligt de laatste stapel handgeschreven kerstkaarten al op tafel op hem te wachten.

Wanneer hij de koffie op heeft en zijn vrouw een zoen heeft gegeven springt hij fluitend op zijn fiets. De stapel kerstkaarten heeft hij weer zorgvuldig in zijn fietstassen gestopt. Eenmaal aangevuld met alle andere post fietst hij richting zijn wijk. Daar aangekomen stalt hij zijn fiets tegen een hek, haalt een stapel post uit zijn fietstas en begint aan zijn ronde.
Wanneer hij het pad van de familie Prinsen oploopt, ziet hij de twee jongens op hun vaste plek op de bank zitten, met zoals gewoonlijk de telefoon in hun hand. Als één van de jongens opkijkt en Harm in zijn vizier krijgt, springt hij op van de bank en trekt een sprintje naar de brievenbus. En terwijl Harm het pad weer afloopt, hoort hij de jongen enthousiast roepen: “Pa!!!, er zit weer een kaart bij!”
Glimlachend loopt Harm door naar het huis van mevrouw Jansen. Wanneer hij het raam van mevrouw Jansen passeert, steekt hij automatisch zijn hand omhoog om naar haar te zwaaien, maar tot zijn verbazing zijn alle vier de stoelen aan de keukentafel leeg. Even aarzelt hij en terwijl zijn ogen de ruimte binnen afspeuren, komt hij tot de conclusie dat er niemand aanwezig is. Dan loopt hij naar de brievenbus. Op het moment dat hij de kaart door de brievenbus wil doen, gaat de deur open. Verschrikt kijkt hij in de glanzende ogen van mevrouw Jansen en hij strekt zijn hand uit om haar de kaart te geven. Voordat mevrouw Jansen de kaart aanpakt, legt ze voorzichtig een koude hand op zijn arm en zegt zachtjes: “Bedankt voor al die prachtige kaarten.”
Harm ziet dat haar ogen vochtig zijn en zonder verder nog wat te zeggen pakt ze de kaart aan en sluit voorzichtig de deur achter Harm. Hij draait zich om en met zijn hand in de lucht voor een laatste groet, loopt hij haar pad af.
Harm vervolgt zijn route en net als de voorgaande vier dagen gaat hij alle brievenbussen af om daarin een kerstkaart met een door hem geschreven groet door de brievenbus te gooien.
Met nog een heel klein stapeltje kerstkaarten in zijn hand loopt hij naar de twee buurvrouwen, die net als een week geleden een praatje staan te maken. Glimlachend nemen de twee vrouwen de kaarten aan. Wanneer hij verder loopt hoort hij één van de vrouwen zeggen: “Ik had niet gedacht dat ik zo leuk zou vinden om weer kerstkaarten te ontvangen, maar een appje is toch echt minder persoonlijk dan een papieren kaart. Volgend jaar ga ik ze toch ook weer versturen.”

Wanneer Harm de laatste kerstkaart met daarop de woorden: “Het moment is daar, ik ga met pensioen. Zou u mij een plezier willen doen? Kijk gewoon even wat vaker om naar elkaar. Even persoonlijke aandacht, of een klein gebaar van genegenheid. Dit brengt zoveel meer vreugde en kost vaak maar weinig tijd. Groet postbode Harm”, stapt hij glimlachend en met een voldaan gevoel op zijn fiets richting huis, naar zijn vrouw en kinderen.