Kom d’r in, dan kö’j der oet kieken

De serie ‘Woeste Grond’ heb ik met plezier gevolgd. Leuke, nuchtere boeren (met gewone melk én havermelk) gaven een inkijkje in het boerenleven. Drie generaties van een boerenfamilie die samen het ‘familiebedrief’ bestieren; het was amusant, interessant en ook mooi om te zien, vind ik. Of het helemaal realistisch was, zou ik niet durven zeggen, want het ‘echte’ boerenleven ken ik niet. Ik heb alleen een vijftal zijdehoentjes in mijn tuin en een lieve blonde labradorteef – Guus – dus van vee is bij mij thuis geen sprake.
Ook amusant en interessant vind ik het taalgebruik, het dialect. Ik ben geen echte kenner, woon ook nét niet in de Achterhoek, maar volgens mij is de taal die gesproken wordt soms Achterhoeks, soms Twents, Sallands misschien, ik weet het niet. Maar leuk is het en wat opvalt, is dat sommige uitdrukkingen meerdere betekenissen hebben. Zo heb ik gelezen dat de uitspraak Kom d’r in, dan kö’j der oet kieken – titelsong van de serie – wel drie betekenissen heeft, te weten: kom binnen, dan praten we gezellig verder, of hier durven we over grenzen heen te kijken, kom dus vooral hier en doe mee, of kom binnen, dan kun je naar buiten kijken.

Naast dialect zijn er accenten. Een dialect wordt wel eens verward met accent, maar er is een aanzienlijk verschil tussen de twee. Dialect heeft namelijk een eigen grammatica, woordenschat en tongval (uitspraak). Een accent daarentegen is een fonetische variatie op taal, dus een eigen manier van woorden uitspreken. De ‘zachte g’ bijvoorbeeld, dat is een accent.

Maar goed, hoe het ook zij: dialect, accent, plat, of gewoon onverstaanbaar en onbegrijpelijk... ik loat mien de pis niet lauw maken, ik gao verdan! Aju!