Piet Gerbrandy. Foto: Bob Bronshoff

Piet Gerbrandy. Foto: Bob Bronshoff

‘Als dichter ben ik volslagen marginaal’

ACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen. Wie antwoordt legt zijn ziel bloot. In deze aflevering Piet Gerbrandy (66), de classicus en dichter uit Winterswijk die ook nog eens essayist is en zo ooit de J. Greshoff-prijs voor zijn essaybundel Grondwater won.

Door André Valkeman

1)Mijn mentale bui is:
“Opgewekt, maar toch ook licht weemoedig. Dezer dagen ben ik bezig met het voorbereiden van colleges die ik voor het laatst ga geven, omdat ik geacht word in september met pensioen te gaan, na 41 jaar lesgeven. Het vooruitzicht om dan af te zijn van een aantal, vooral administratieve, beslommeringen is prettig. Ik zal het contact met gretige studenten zeker missen.’’

2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
“Van mijn vader heb ik nooit iets begrepen, en dat was geheel wederzijds, al kon je soms wel met hem lachen. Mijn moeder, inmiddels 91, is nog steeds een van mijn trouwste en grondigste lezers. Ik ben als letterkundige in zekere zin al jong door haar gevormd. Ook de wijze waarop zij en ik betrokken zijn bij ons nageslacht is heel vergelijkbaar. Maar ik neig wel meer dan zij naar een zekere mate van kluizenaarschap.”

3) Mijn grootste angst in het leven is:
“Gelukkig is angst, serieuze angst, mij vreemd. Maar ik kan mij natuurlijk wel zorgen maken, bijvoorbeeld over ontwikkelingen in klimaat en wereldpolitiek waarin mijn kleinkinderen opgroeien. De eindigheid van mijn leven boezemt me geen angst in, ik vind die zelf wel interessant, al hoop ik natuurlijk niet als een mummelend wrak in een verpleegtehuis te hoeven eindigen.”

4)Na de dood is er:
“Na mijn dood blijft de wereld bestaan. Dat is alvast iets moois, dat alles gewoon doorgaat als je er niet meer bent, en dat je dus niet onmisbaar bent. De atomen waaruit mijn lichaam bestaat, hebben al talloze miljoenen jaren achter de rug, en zullen na mij weer andere verbindingen aangaan. En als je aanneemt dat iedere handeling die je in je leven verricht de eerste schakel vormt van een causale keten zonder einde, draagt alles wat je doet dus blijvend bij aan de toestand van de wereld. Zonder mij had de wereld er een héél klein beetje anders uitgezien.”

5) Dichter Piet Gerbrandy is gezien, hij is niet onopgemerkt gebleven
“Als dichter en essayist ben ik volslagen marginaal – enkele honderden lezers per boek op zijn hoogst, en geld levert het al helemaal niet op – maar over waardering heb ik nooit te klagen gehad. Natuurlijk zou ik wel meer lezers willen hebben, maar het is veel belangrijker dat je in de gelegenheid bent te maken wat je wilt, of moet, maken. Poëzie speelt zich in toenemende mate af in kleine circuits, kleine netwerken waarin liefhebbers elkaar op de hoogte houden. En als er dan zo nu en dan een uitgever is die een onverkoopbaar boek van me wil uitbrengen, ben ik volkomen tevreden.”

6) Ik kan buiten de Achterhoek wonen:
"Ik ben in 1983 min of meer toevallig in de Achterhoek terechtgekomen. Het had ook elders in de periferie van het koninkrijk kunnen zijn. In al die jaren ben ik gehecht geraakt aan het landschap en de relatieve rust. Ik kan het goed vergelijken, want ik vertoef drie dagen per week in Amsterdam - leuke stad, maar ik zou knettergek worden als ik er echt moest wonen. Steden zijn geen goede plekken voor mensen, vind ik. Ook niet voor planten en dieren, trouwens.”

7) De mens is monogaam:
“Van nature zijn wij zeker niet monogaam, maar je kunt er wel voor kiezen monogaam te leven, uit liefde, of omdat je je prettig voelt bij trouw en stabiliteit. Ik ben gemakkelijk gecharmeerd van andere vrouwen en onderhoud ook hechte vriendschappen met vrouwen, maar mocht er al sprake zijn van een seksuele component, dan is die volledig gesublimeerd. Heel burgerlijk en overzichtelijk, eigenlijk.”

8) Hierom huilde ik voor het laatst:
"Echt huilen, nee, dat weet ik niet meer, maar met het klimmen der jaren word ik wel steeds gemakkelijker overweldigd door heftige emoties, het brok in de keel, natte ogen, vooral bij, meestal vreugdevolle, aangelegenheden van mijn kinderen en kleinkinderen, of bij muziek. Het komt erop neer dat ik een sentimentele ouwe zak begin te worden, wat ik niet erg vind.”

9) Mensen met accent en/of tongval zijn:
"Ik geniet enorm van verschillende accenten binnen het Nederlands, van Rotterdams tot Achterhoeks en van Gronings tot Westvlaams, en de straattaal van Amsterdam-Zuidoost. Niet alleen tongval, maar ook het eigen vocabulaire en de eigen grammatica van de streektalen. Binnen onze democratie is het wel handig als we elkaar blijven verstaan, dus de standaardtaal hebben we nodig, maar verder: hoe diverser, des te beter. Helaas ben ik er zelf nooit in geslaagd een streektaal te leren spreken.”

10) Dit komt op mijn grafsteen:
"Nee, er moet zo min mogelijk van mij overblijven. Een paar herinneringen bij mijn dierbaren, dat is ruim voldoende. Je moet je tijd in dit ondermaanse niet verdoen, je moet bewust en intens leven. Dat heb ik gedaan, tot nu toe, en dat volstaat.”