
Gerda Brethouwer: nuchter en bevlogen
CultuurAALTEN/DE HEURNE - Op 20 november kreeg Gerda Brethouwer een groots afscheid als directeur van het Nationaal Onderduik Museum. Zij kreeg toen een hoge koninklijke onderscheiding: Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Zij gaat verder als directeur Vernieuwing. Maar wie is Gerda Brethouwer eigenlijk? Het verhaal van haar leven, dat haar van Barlo via allerlei omwegen naar De Heurne bracht.
Door Jos Wessels
Gerda Brethouwer groeide met haar ouders, haar grootouders, broer Jan en zussen Ina en Hermien op, op boerderij De Olde Luthe in Barlo. Moeder was een kei in het organiseren, zowel wat betreft de boerderij, het zelf maken van kleding als zorgdragen voor altijd smakelijke maaltijden en gezellige feestdagen. Als het gaat om ambitie was vooral oma de inspiratiebron voor Gerda. Doe je best, ga studeren, haal eruit wat erin zit. En oma vertelde verhalen over vroeger, over de oorlog toen de familie veel onderduikers had. Oma was voor de duivel niet bang. Zij bereikte de hoge leeftijd van 94 jaar, maar overleed plotseling in de week dat Gerda haar bul behaalde. Een onuitwisbare schaduw op het promotiefeest.
Sterke
vrouwen als
voorbeeld:
oma en tante
Gerda
Een tweede inspiratiebron was haar tante Gerda, enige zus van vader Willem en ook geboren op de Luthe. Gerda is naar haar vernoemd. Gerda Van den Bosch-Brethouwer (1921-2006) begon voor de oorlog op de gemeentesecretarie in Aalten. In de oorlog deed zij verzetswerk en samen met een collega verstopte zij de hele bevolkingsadministratie; zo konden de Duitsers er geen gebruik van maken. Gerda zelf moest toen ook onderduiken.
Na de oorlog verhuisde zij naar Wassenaar en kwam te werken bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). In de vakantie logeerden de kinderen van De Luthe steevast bij haar. ‘In Barlo praten we Achterhoeks maar hier praten jullie Nederlands!’, zei ze beslist. Zij bracht de nichtjes naar het Vredespaleis en de Tweede Kamer. Gerda leerde van haar dat je moet staan voor je idealen. Tante Gerda werd uiteindelijk burgemeester, eerst van Puttershoek, daarna van Brummen.
Verbeelding aan de macht
Gerda ging studeren, net als haar zussen en broer. Jan werd uiteindelijk thuis boer; hij is helaas enkele jaren geleden overleden. Gerda studeerde kunstgeschiedenis en woonde in Amersfoort, waar ze ging werken bij de Amersfoortse Culturele Raad.
Het snijvlak van kunst en architectuur boeide haar. In Amersfoort werd begin jaren 90 een nieuwe wijk gebouwd: Kattenbroek. Het moest een wijk worden waar mensen zich veilig voelen en vrij om te dromen, een breuk met de tot die tijd uitgerolde nieuwbouwijken. Ontwerper Ashrok Balotra ontwierp een hoogst originele wijk met onder meer De Ring, dat leek op een middeleeuws stadscentrum, en De Verborgen Zone met twaalf kunstwerken dwars door de wijk heen.
Gerda Brethouwer werd projectleider en aan haar de taak om overheden en bedrijven mee te krijgen in dit zeer originele ontwerp. Gerda werkt graag met kunstenaars, zegt ze. Zij brengen idealisme mee, en hebben een vaak verrassende kijk op de wereld. Na Amersfoort volgden talrijke projecten waar Gerda bij betrokken werd. Onder meer in het Groene Hart, waar zij vooral te maken kreeg met provinciebesturen van Utrecht, Noord- en Zuid-Holland.
Terug naar
Achterhoek:
eerst een
huis, toen
het museum
Het begon ermee, dat Gerda en haar man Bernhard een vrijstaand huis zochten. Dat was in het westen niet meer te betalen. Bij Gerda bleef de Achterhoek trekken en toen er een mooi huis vrij kwam in De Heurne kochten zij het. Zij wonen er nog steeds met veel plezier.
Het werk van Gerda als senior adviseur BMC lag vooral in het westen, maar was ook van hieruit te doen. Bernhard gaf les aan het conservatorium in Arnhem. Gerda werd lid van de Erfgoedcommissie van de gemeente Aalten. Via via hoorde zij dat het Nationaal Onderduik Museum een directeur vroeg. Er werd gevraagd om een koers voor de toekomst en daarop aan te sturen. Het eerste contact met toenmalig voorzitter Ton de Vries was uiterst plezierig. Voorjaar 2011 trad zij aan als directeur.
Directeur
Het Nationaal Onderduik Museum Aalten (NOMA) was in 2004 gestart en was aanvankelijk omstreden. Velen dachten dat zo’n museum in het oosten van Nederland niet levensvatbaar zou zijn. Het had wel een prachtig thema gekozen, namelijk de onderduik en het leven van de gewone man en vrouw in oorlogstijd.
De Achterhoek was in de oorlog een ideale plek voor onderduikers doordat het wat achteraf lag en de binding in de bevolking heel sterk was. Daardoor kon men zwijgen tegenover de bezetter. Gerda Brethouwer had daar vroeger thuis al alles van meegekregen. Het museum kende een groot aantal enthousiaste vrijwilligers, maar die hadden wel behoefte aan sturing.
Gerda pakte de zaak systematisch aan. Eerst een beleidsplan schrijven en zorgen dat de neuzen dezelfde kant op staan. Daarna draagvlak creëren, eerst op lokaal niveau, dan op regionaal niveau en in de grensstreek. Tenslotte op landelijk niveau. Het lukte Gerda, en dat kwam mede door haar aimabele karakter en haar tomeloze inzet.
Feitelijk was zij dag en nacht met het museum bezig. Het NOMA werd een belangrijke speler in de wereld van musea en herinneringscentra aan de Tweede Wereldoorlog. De wisseltentoonstellingen hadden aandachtrekkende thema’s als ‘De Vrouw als spil in het verzet’, ‘de Razzia’s in de kerken’, ‘Rademakersbroek’, en’ Dokter Der Weduwen’ en ‘de terugkeer van Rotterdamse tewerkgestelden naar de Achterhoek’.
De Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers werd vanuit de Achterhoek opgebouwd met mevrouw Kuipers-Rietberg uit Winterswijk, dominee Frits Slomp en Jan Wikkerink uit Aalten als voorlieden. Het lukte Gerda Brethouwer om landelijke kopstukken naar Aalten te halen, zoals Gerdi Verbeek. Een hoogtepunt was ongetwijfeld afgelopen 4 mei toen de NOS de Nationale Dodenherdenking vanuit Aalten uitzond, en een documentaire toonde van de 46 vermoorde gijzelaars in het Rademakersbroek.
Directeur Vernieuwing
Nu, na 12,5 jaar was het tijd voor Gerda Brethouwer om te stoppen als directeur-manager van het NOMA. Marijke Verschoor-Boele heeft haar taken inmiddels overgenomen. Op de receptie op 20 november werd het stokje letterlijk overgedragen. Daarbij speelde het liedje van Herman van Veen: ‘Oh als ik kon toveren …’ een rol. Want er valt veel te wensen.
Het bezoekersaantal nadert de 30.000 per jaar en er is gebrek aan ruimte om grote groepen te ontvangen. Er moet ruimte komen voor een vaste tentoonstelling over de onderduik en de grensstreek. En veel voorwerpen zijn toe aan een flinke opknapbeurt.
Gerda gaat deze kar trekken als Directeur Vernieuwing. Net als vroeger in Amersfoort: plannen maken, mensen en instanties enthousiasmeren en sponsors verwerven. Een taak die Gerda Brethouwer wel is toevertrouwd.
