Molkentoversche
Op 22 december 2017 trad ik aan als uw burgemeester. Ik solliciteerde omdat Aalten een mooie gemeente is met een omvang en schaal die persoonlijke contacten nog mogelijk maakt, waar nog samenhang en onderlinge verbondenheid is. En waar volop uitdagingen lagen. Dat was mijn indruk en die is bevestigd de afgelopen jaren. Ik heb het hier naar mijn zin en hoop hier over uiterlijk zes jaar met pensioen te gaan. Maar daarnaast speelde voor mij mijn familieverleden een grote rol. De band met Aalten is mij met de paplepel ingegoten, ook al was ik hier pas op mijn 21ste voor het eerst. Mijn oudste oom had al heel wat stamboomonderzoek gedaan, dus ik kende mijn oudste directe voorouder met de naam Stapelkamp. Dat was een Berent die trouwde met Mette Hondorp, zelf weer weduwe van Gerrit Stapelkamp. Na het huwelijk ging hij als Berent Stapelkamp door het leven. Berent ‘Stapelkamp’ hertrouwde in 1694 met Maria Hu(y)ninck en via hun zoon Hendrik kom je uiteindelijk bij mij uit. Naar deze Berent vernoemden we onze oudste zoon in 1987. Maar de naam Stapelkamp komt al veel eerder voor in Aalten, want elke hoofdbewoner van boerderij Stapelkamp – nu Kiefteweg 4 – noemde zich zo.
Toen ik hierheen verhuisde, wist ik ook al dat er in 1553 een Lise Stapelkamp genoemd wordt in een proces-verbaal van een rechtszaak die speelde bij de rechter in Bredevoort. Zij bezat een kerkbank in de Sint-Helenakerk - een houten hokje waarin je stond maar met een stoof en een zitplankje - terwijl de meeste mensen vrij stonden. Nale Ekinx, gehuwd met Koep Heinen, was bij Lise in de kerkbank gekropen en op de knieën gaan zitten en er vielen stevige woorden tussen de dames. Nale maakt Lise op een zeker moment zelfs uit voor molkentoversche. Dat was een gevaarlijke belediging in een tijd waarin nog volop in heksen werd geloofd. Een molkentoversche was een vrouw die met behulp van demonische machten de melk bij het karnen kon laten bederven. Helaas is de gerechtelijke uitspraak niet bewaard gebleven. Zeer recent ontdekte ik op de muurschildering bij de ingang aan de Köstersbulte een afbeelding van een karnende figuur met twee duiveltjes ernaast. Lise's echtgenoot Gert verklaart dat zijn overleden moeder de kerkbank al had gekocht en dan gaan we richting 1500 terug. Bijzonder om zo'n verhaal te kunnen koppelen aan die muurschildering. Dankzij de naspeuringen van anderen kon ik ondertussen alweer verder teruggaan. De oudste mij bekende vermelding is er eentje uit 1501. In de boekhouding van de Heer van Bredevoort staat dat de vier timmermannen Stapelkamp, Ontgenade, Goerhuys en Kempynck twee maaltijden en loon kregen voor hun herendiensten op het kasteel aldaar. Een volwassen ‘Stapelkamp' in 1501 betekent dat de boerderij dus al uit de 15de eeuw stamt, en mogelijk nog ouder is. De nabijgelegen boerderij Hondorp wordt zelfs al in het begin van de 14de eeuw genoemd. Het zal u duidelijk zijn, ik voel me hier thuis!
Anton Stapelkamp burgemeester