
Harpiste Lavinia Meijer voerde samen met een cellist en een danser van Introdans 'De Zwaan van Saint-Saëns'. Foto: Zwarte Cross/Robert Westera
‘We zijn hier om te luusteren’
CultuurLICHTENVOORDE - Misschien wel de grootste kracht van de Zwarte Cross is de manier waarop de organisatie ieder jaar weer een variëteit aan concepten optuigt en acts weet te boeken die tegelijkertijd precies binnen de sfeer van het festival passen én compleet verrassend zijn. Een goed voorbeeld hiervan is De Gillende Keukenprins, die zijn publiek (’kinderen, ouders en quasi-volwassenen’) trakteert op een koortsdroom van dansende pannen en rondvliegend keukengerei op een instrument dat zowel keyboard als kookeiland lijkt te zijn. Dit betekent echter niet dat de Feestfabriek de horizon niet verbreedt en bekijkt hoe gevoelsmatig minder typische elementen toegevoegd kunnen worden aan een line-up die blaakt van grootsheid en knalpotentieel, met dit jaar als lichtende voorbeelden de optredens van harpist Lavinia Meijer en allerhande schrijvers in Literair Café Het Ezelsoor.
Door Kelly Klaver
‘Wat gebeurt er als een bekende harpist optreedt op de Zwarte Cross?’ is een vraag die niet alleen bij Lavinia Meijer zelf opkwam, maar er ook voor zorgt dat nieuwsgierige bezoekers de verstilling opzoeken in de Theatertent waar Meijer speelt. Zo ook Yvonne uit Ouderkerk aan de IJssel die “normaal niet van klassieke muziek houdt”, maar nu benieuwd is “hoe Lavinia dit gaat oplossen, met heel ander volk”. Het antwoord is: met een grote glimlach. Dat de stagemaster haar naam is vergeten mag de pret niet drukken bij de harpist die bovenal dankbaar is dat de Zwarte Cross het met haar “aandurfde”. Ze is gedurende het concert, waarin Einaudi, Tchaikovsky en Glass de revue passeren en de motoren op de achtergrond onverstoorbaar doorblazen, even zo onverstoorbaar in haar plezier dat tot een hoogtepunt komt in samenwerking met bassist Reyer Zwart. In dit laatste nummer, een muzikale bewerking van het gedicht ‘Mom and Dad’ van Iggy Pop, komt ook het definitieve antwoord op de vraag wat er gebeurt als Lavinia Meijer optreedt op de Zwarte Cross: een muzikaal hoogtepunt waarin het slaan op de snaren van de harp precies samenvalt met de carbidschoten van de cross en eindigt in een oorverdovend gejuich van een publiek dat tot dan toe muisstil heeft geluisterd.
Het Stadsplein
Een andersoortige vorm van verstilling ligt verscholen aan Het Stadsplein, dat in de loop der jaren steeds mooiere vormen heeft aangenomen en dit jaar voor het eerst Literair Café Het Ezelsoor huisvest. Het is een plek waar de Perzische tapijten op het podium worden gesierd met een katheder van vier lege kratjes Grolsch en we ons volgens Gijs Wilbrink gaan overgeven aan “de enige God die wij nog aanbidden: de literatuur”. Met deze uitspraak en de huishoudelijke mededeling dat we hier zijn “om te luusteren” en dat de eerste die door het programma heen zal praten “meteen wordt afgeschoten”, opent hij het slot van Papieren Helden. Van geroezemoes is er tijdens dit programma echter geen sprake: gedurende de voordracht van Wilbrink zelf verroert het publiek geen vin (“wat zijn jullie lief en stil”) en de voordracht van Valentijn Hoogenkamp, schrijver van ‘Antiboy’, over wat er gebeurt als je in het oog van je arts “esthetisch ongewenste dingen” wil doen met een lichaam dat leest als vrouw zijnde, is zo indrukwekkend dat een van de bezoekers fluistert dat ze er kippenvel van heeft gekregen.
Seks en Gender
Valentijn Hoogenkamp sluit vervolgens samen met Splinter Chabot en Haroon Ali aan bij ‘Seks en Gender in Boeken’ geleid door cultuurjournalist Teddy Tops. Hoewel ongeveer de helft van de aanwezigen het gesprek vroegtijdig verlaat, blijft de overgebleven helft aandachtig luisteren naar een boodschap die dichter bij de inborst van de Zwarte Cross ligt dan ze zelf wellicht hadden verwacht. Chabots definitie van het woord ‘queer’ – “queer is voor mij niet een ding, maar dat je mag zijn wie je wilt zijn en bent wie je bent… of dat nou queer, gay of trans is” – zet de toon van het gesprek dat een inhoudelijk hoogtepunt blijkt te zijn voor het café en eindigt met het belang van het grijze gebied “waarin je iets nog niet weet, maar mag leren en daar ook de ruimte voor krijgt”, aldus Chabot.
Knalpodcast
Hoewel de belangstelling voor de verschillende programma’s van het café wisselt, is er meer dan genoeg animo voor de live ‘knalpodcast’ Alle Geschiedenis Ooit van amateurhistorici Arco Gnocchi, Thom Aalmoes en invaller Andrea Huntjens. Het trio trekt een volle tent met drie stukken geschiedenis die thematisch aansluiten bij de Zwarte Cross: rock-‘n’-roll, motorcross en bier. Waar de geschiedenis van het bier het publiek op scherp zet na Huntjens’ opmerking “niet Zwarte Crossers, maar normale mensen” als reactie op de vraag hoeveel liter bier een mens gemiddeld per jaar achteroverslaat (gulle gok van het publiek: 200, in werkelijkheid: 70) is het item over Evel Knievel – de stuntman die vele harten, records en botten brak - het spreekwoordelijke schot in de roos. Met een biertje in de hand luisteren naar hoe Knievel op een graafmachine een ‘wheelie’ deed, daarbij een elektriciteitslijn raakte en vervolgens de hele stad van stroom ontdeed onder het mom “het maakt niet uit of er iets misgaat in je leven, als je maar weer opstaat en verdergaat” of, in Gnocchi’s woorden, “fuck it, toch maar verder leven”, is Zwarte Cross-vermaak pur sang.
Marcel van Roosmalen
Ook is er aan publiek geen gebrek bij Erik Dijkstra’s interview met journalist en tv-persoonlijkheid Marcel van Roosmalen. Bij hem stroomt de tent ruim voor aanvang vol met vooral mannen die met de lege Grolschkratten van het podium extra zitplaatsen creëren en de introductie van de schrijver (”Het is 1968, in Arnhem wordt een lief, aardig, klein, vrolijk kindje geboren, die zo is gebleven tot hij op zijn achttiende in een toverketel met azijn viel en zijn leven nooit meer hetzelfde was”) met gepaste joligheid afwachten. Minder gepast is het verdere verloop van het gesprek dat begint met een ode aan de reportage als journalistiek genre en vervolgens vakkundig wordt ontspoord door het publiek in wat lijkt op een poging om ‘je mag alles vragen’ zo letterlijk mogelijk te nemen. Dit neemt dusdanige proporties aan dat Van Roosmalen op de vraag of hij wellicht in de Achterhoek komt wonen, antwoordt dat hij daarvoor “nog even wacht tot de plaatselijke bevolking is weggetrokken”.
Lale Gül
Heel anders gaat het bij schrijver Lale Gül, die inhoudelijk de ruimte krijgt om vragen te beantwoorden over religie, het gebrek van steun op links en het vervolg op haar boek Ik Ga Leven. Het publiek bestaat deels uit duidelijk door haar boek geraakte bezoekers, maar voor een ogenschijnlijk even groot deel uit nieuwsgierige binnenlopers die de vraag of ze Gül kennen lachend met “nee” beantwoorden, maar niet minder aandachtig naar de schrijfster luisteren. Dit blijkt een veelvoorkomend sentiment in Het Ezelsoor. Hoewel sommigen doelgericht binnenkomen, laten de meeste luisteraars onbevangen over zich heenkomen wat er gaat gebeuren: “ik stap hier blind in: ik zit graag droog met een stoel onder mijn billen, je moet een beetje praktisch denken” zegt een van de bezoekers. “En ik laat me graag verrassen, want als je niks probeert, maak je niks mee”.
Hiermee wordt ook meteen gevangen waarom ‘zelfs’ boekingen als Lavinia Meijer en collectieven als Papieren Helden prima op hun plek lijken te zijn op de Zwarte Cross, waar gierende motoren, zware bassen en/of carbidschoten op ieder moment van de dag achtergrondgeluid verzorgen tijdens de soms kwetsbare, vaak grappige en bijna altijd interessante voordrachten en optredens. Uiteindelijk komen de bezoekers in essentie om een biertje te drinken en verrast te worden door wat de Zwarte Cross dit jaar uit de hoge hoed heeft getoverd en overgoten met de magie van een festival dat immer zijn eigen koers vaart, of dit nou een nieuwe klasse bij de motorcross, een opmerkelijke act in de Theaterweide of een interview met Marcel van Roosmalen is. Als het maar boeiend, oprecht en menselijk is. En te allen tijde met een knipoog.
Lees hier het interview dat we met Lavinia Meijer voor de Zwarte Cross-campingkranten hielden.