Daar heeft u een pasje voor nodig
Paniekerig, krijtwit, en met haar blik vraagtekens rondstrooiend naar toevallige passante, stond de 90-jarige krasse knarrette mevrouw Cornelissen bij de vuilnisbak naast mijn huis. In haar hand een zeer bescheiden zakje vuil. 'Wat is er aan de hand?’ vroeg ik haar. ‘Heb ik dan ook zo’n, euh..’ antwoordde zij licht beverig. Haar kaken moesten een moment lang haar bovengebit lijnen. ‘Heb ik dan óók zo’n pasje gekregen?’ 'Ik vrees van wel,’ zei ik, 'maar u mag het mijne wel even gebruiken.’ Als ik het ding tenminste kan vinden, dacht ik, wéér zo’n stom pasje dat ik kwijt kan raken. Maar ik vond het plastic ding en plaatste haar zakje huisvuil in de open mond van de bak en trok het door.
Wat later zaten we op een naburig bankje en ze vertelde honderduit en – omdat ze behoorlijk dement is - voor de honderdste keer, wie er vroeger allemaal een zaak hadden gehad in de huizen rondom ons. Namen van bakkers, fietsenmakers, slagers en cafés passeerden de revue en je zou bijna denken dat er nooit raamprostitutie was geweest in de Arnhemse Spijkerstraat want ze repte er met geen woord over.
Er werd een kinderwagen ons blikveld binnengerold, door een paartje van wie de cool sloffende getinte jongeman ons aankeek met zo’n uitdrukking van: 'It wasn’t me, maar misschien ook wél.’ De vrouw, die een zeer ruim gevulde panterprintlegging droeg, wilde een papieren zakje van de bakker deponeren, maar ze kreeg de bak niet open. ‘Tering, tyfusding,’ hoorden we haar al rammelend aan de bak zeggen. Mevrouw Cornelissen keek me kort aan en haar gezichtje sprak: ‘Zal ik ze…..?’ Ze wendde haar hoofdje richting het stelletje. ‘Dáár heeft u een pasje voor nodig hoor!’ De jonge vrouw keek haar verveeld aan, knikte en ze liepen verder.
‘Zij wisten het óók niet hè!? Ik wist het óók niet, moet u weten. Zou ik dan ook zo’n pasje hebben?’ ‘Ik denk het wel,’ antwoordde ik opnieuw bevestigend.
Er kwam een hipster aan met een volbloed Rien Poortvliet-kabouterbaard. ‘Wat leuk hè!’ zei ze zachtjes. ‘Die baarden. Mijn man had ook een baard, niet zo’n grote hoor.’ ‘Dáár heeft u een pasje voor nodig hoor,’ zei ze plots enthousiast toen de hipster nog zeker een meter of vijf van de bak verwijderd was. De man glimlachte vriendelijk naar ons en mevrouw Cornelisse was zichtbaar in haar sas met haar informatieoverdracht.
In het resterende halfuurtje dat we er samen zaten, heeft ze nog zeker een man of drie ‘geholpen’. Ik stond op, groette haar en ging thuis achter mijn computer zitten en checkte Facebook of er nog berichten van belang waren binnengekropen. Ik met mijn Facebook en zij met haar vuilnisbak. Ik typen, zij praten. Een uur of wat later, rond het avondeten, kwam ik met mijn boodschappentas aangelopen en hoorde ik haar zeggen; ‘Volgens mij.... als ik me niet vergis …heeft u daar een pasje voor nodig!’
Morgen wordt het wederom een verrassende dag, voor mevrouw Cornelissen.
Tekst: Rocco Ostermann