Ghijs de Bruijn. Foto: PR
Ghijs de Bruijn. Foto: PR

‘Alleen bij tegenwind gaat een vlieger op en tegenwind had ik'

ACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen. Wie antwoordt legt zijn ziel bloot. In deze aflevering de prins van de trekzakmeezinger: zanger Ghijs de Bruijn uit Doetinchem.

Door André Valkeman

1) Mijn mentale bui is:
“Ik geniet na. We zijn gisteren wezen varen in Amsterdam, met een groep vrienden in een bootje. Lekker eten mee. Mijn vriendin en ik vinden het een fantastische stad.
Ik treed zo op bij een feest van iemand de 65 jaar wordt. Marco Schuitmaker cover ik dan, ja, die van Engelbewaarder. Jannes, Wagner en Hazes natuurlijk. Uiteraard zing ik tussendoor ook mijn eigen hits wel, zoals Filmster of Echte Vrouw.’’

2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
“Mijn ouders zijn gescheiden, als kind heb je − als zeggen ze honderd keer dat het niet hoeft − altijd het gevoel dat je moet kiezen. Nu heb ik dat niet meer.
De lengte heb ik van mijn vader, de bouw van mijn moeder. Ik ben best stevig gebouwd maar sport ook al dertig jaar in de sportschool. Ik ben lang, breed en aardig gespierd.
In mijn gezicht is de wilskrachtige kin kenmerkend, die is van vader. De kin komt als eerst de deur om, dan de rest van het gezicht.
Mijn karakter en aanleg voor muziek is mijn moeder, toen ze zestig was rondde zij nog klassieke vakken op het conservatorium af. Het spreken, de rede, is mijn vader. Mijn moeder vindt speechen niets, maar vader en ik draaien onze hand er niet voor om.’’

3) Na de dood is er:
“Dan wacht een plaats zonder tijd en stress en enkel liefde.
Kunnen mensen hier op aarde daarmee communiceren? Niet iedereen, denk ik. Zij die sensitief zijn wel. Dan is natuurlijk de vraag of ik ooit contact had… Ik ben niet hoogsensitief maar ik ben dus van drie broers en mijn middelste broer overleed vijf jaar geleden. Plots door een hersenbloeding.
Er ging vanaf toen een vogel bij mijn moeders huis, we hadden ‘m nooit eerder gezien, op een van de dakpannen zitten. Die vogel zong dan, prachtig. Precies bij de dakpannen boven de slaapkamer van mijn overleden broer. Was het een signaal van hem om te zeggen dat het goed gaat? Zou hij het zijn? Dat schoot wel door mij heen.’’

4) Dit is mijn grootste angst:
“Mensen antwoorden hier dus weleens dat ze geen angst hebben. Onzin, ieder mens heeft angsten. De mijne is dat ik mijzelf niet kan redden. Ik zing mijn inkomen grotendeels bij elkaar, mijn angst is dat zoiets misschien wegsmelt, ik heb geen diploma, en wat dan?’’

5) Dit was mijn laatste 
vechtpartij:
"In een bar of discotheek, toen ik twintig was. Omdat ik zo groot ben gaan mensen je uitdagen. Nu ga ik er niet meer op in. Ik keer ze mijn wang toe. Tijdens optredens heb je nog wel mensen die competitie voelen. Zij krijgen doorgaans alle aandacht, dan is er een optreden en krijgen niet zij maar de zanger die attentie. Dan komen er ineens mannen naast je staan die een barkruk op hun kop laten balanceren, die al rap hard van hun voorhoofd stuitert. Ik laat ze maar uitrazen.''

6) De Achterhoek is geen land van volksmuziek:
"Oneens, want ik treed veel op in de Achterhoek. Normaal, Boh Foi Toch, en de Nedersaksische muziek is inderdaad populair, maar goedbeschouwd ook volksmuziek, alleen in dialect. In feesttenten spelen ze die muziek veel, maar in kantines en cafés hoor ik genoeg volksmuziek.
Ik kom uit een familie waar de muziekliefde bij klassiek, rock of hooguit pop lag. Een vlieger stijgt op bij tegenwind, zeg ik altijd. Ik vind en vond die volksmuziek fijn. Met een paar klanken, noten, geef jij ingrediënten voor een volksfeest. Dat vind ik magisch, altijd weer. Het is stil als je binnenkomt, je zingt drie regels en gejuich en gerinkel van glazen klinkt.’’

7) Ik kan buiten de 
Achterhoek wonen:
“Alles kan. Muziektechnisch gezien zou ik bijvoorbeeld beter in Amsterdam kunnen gaan wonen. Ik kom daar ook graag, zolang ik maar terug kan naar mijn mand in de Achterhoek. Je kan er een kanon afschieten in de avond en die rust is juist waardevol. Ik hoef niet iedere dag een polonaise voor de deur.’’

8) De mens is monogaam:
"Dat denk ik zeker, in gedrag kunnen we ons dat aanmeten. Niet-monogaam zijn levert zoveel onrust op. Daarom verkies ik monogamie.''

9) Mensen met een accent zijn:
"Voldaan met hun streek. Als ze geen abn kunnen worden het wel postzegelbewoners. Om je horizon te verleggen is abn spreken wel waardevol. Anders sluit je je maatschappelijk ook buiten.''

10) Dit komt er op mijn 
grafsteen:
“‘Ik heb genoten’. Geniet, is de boodschap. Doe de dingen nu en niet later, want later is nu.”