Afbeelding

Column De Buitenstaander: Het parfum

Opinie

Hoe geuren gemaakt worden, en welk effect ze hebben, is mooi te lezen in de sublieme roman ‘Het parfum’ van Patrick Süsskind, een van de mooiste boeken die ik ooit las. Een boek waar de lucht bijkans vanaf komt. Ook de lucht van de tijd waarin het zich afspeelt, en de armoe. Geuressences herbergen hele gevoelswerelden, verhalen. Ze sporen aan tot vermenigvuldiging onder de onverbiddelijke invloed en dwang van feromonen. De herinnering krijgt een orgasme op het moment dat het neusje wordt bezocht door een waanzinnig lekker luchtje uit vervlogen tijden. Een essence van je gevoel over een levenservaring of een doldwaas amoureus avontuurtje. Geur is een betere tijdmachine dan een foto of een film, vind ik.

Geur is een betere tijdmachine dan een foto of een film, vind ik


De schimmellucht van armoede en daklozen echter is geen pretje, en aangezien ik met enige regelmaat praatjes maak met Arnhemse en Nijmeegse ‘harde hönde’ die onder de hemel op straat leven, hoorde ik laatst het volgende gesprekje, tussen Jan, een man die met twee voetloze benen in een rolstoel zit, en de hele dag door iedereen uitscheldt voor gereformeerde klootzakken, of het nou duiven zijn, of de koffiedame bij de dagopvang.
‘Ik ken een heel ander verhaal met parfum en een ex in de hoofdrol,’ zei de andere man (ik kende z’n naam niet en ook weet ik niet waarom ze het over parfum hadden) tegen Jan. ‘Jij hebt toch Hennie wel gekend?’ ‘Die lange rooie?’ ‘Ja, die!’ ‘Wat is daarmee, die is toch al lang dood!’ ‘Ja, maar weet je ook hoe?’ ‘Drugs, hoorde ik.’ ‘Ja, maar weet je nog dat hij daar altijd op tegen was. Hij heeft het dus toen één keer bewust genomen, meteen een overdosis, ze hadden ‘m verteld dat naast de verdrinkingsdood dat het beste was. Maar weet je wat hij nog meer had gedaan?’ ‘Nee, hoe moet ik dat weten man.’ ‘Nou, hij mixte die dope met een luchtje, het favoriete parfum van zijn ex-vrouw. Chanel. Hij wilde het eerst puur nemen, maar dat zou misschien heel akelig zijn.’ ‘Wel lef zeg, niet weten wat er gebeurt, om zo toedeledokie te zeggen.’ ‘Hoe weet jij dat überhaupt?’ ‘Hij heeft het me zelf verteld, alleen had ik niet gedacht dat hij het ook zou gaan doen.’
Jan viel stil. Toen zei hij: ’Ik heb de hele tijd een rotte geur in m’n neus, terwijl er niks is wat stinkt. Wat op die manier stinkt bedoel ik.’
‘Dat komt omdat je paddenstoelen daarboven hebt man, je bent rot in de kop,’ antwoorde ik. De andere man lachte. Jan keek serieus en zei: ‘Nou, ik vind het een onaangenaam ruikend mysterie. Er is geen ontsnappen aan.’
De andere man zei: ‘Ik heb wel eens een poliepje in m’n neus gehad, een kleintje, maar dat stonk als de donder.’ ‘Maar Jeetje,’ zei de andere man weer, ‘dat zat dan wel diep bij die lange rooie.’
‘Ja,’ zei Jan, ‘misschien moet je terug in jezelf als je niet vooruit kan, ergens wel logisch. Maar met een naar luchtje eraan.’

Tekst: Rocco Ostermann

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant