Afbeelding

De dag dat Guus Hiddink bij ons thuis kwam

Opinie

Op 26 oktober as, in Eventkerk de 7e hemel te Loil, zal Guus Hiddink in een gezellige setting aldaar bevraagd worden over zijn carrière, en ik ga zingen tijdens deze show. Daardoor moest ik denken aan de dag dat Guus bij ons thuis zou komen om over de eventuele overgang van een uit de kluiten gewassen puber, genaamd Rocco Ostermann, van Sportvereniging Dinxperlo naar de Graafschap te praten. Ik was een redelijk talentvolle doelman.
Toen Guus was gearriveerd stak hij, tegen mijn ouders, meteen van wal over van alles en nog wat. Zijn monoloog, die mijn ouders moest overtuigen, ging vrijwel langs me heen. Ik wilde sowieso wel gaan, maar daarin had ik zélf niets te beslissen. Ja, waarom zou ik dan luisteren? Zo ben ik!
Het was later op de middag nog wel even schrikken, zeker voor Ome Guus, want ik heb er hoogstpersoonlijk voor gezorgd dat hij die middag een beenbreuk op liep.
Dat kwam niet door een potje ballen achter het huis, maar gebeurde als volgt: voetballers en trainers hebben vaak, na een wedstrijd of zware training, gemakkelijk zittende slofslippers aan en zo ook onze Guus.
Terwijl Guus kalmpjes vertelde over de trotse Achterhoekse club, zei mijn moeder op een gegeven moment, vanuit de gang, terwijl ze Guus’ trainingsjack aan de kapstok hing: ‘Is die gloeilamp nou al wéér kapot? Hebben we nog een nieuwe Günther?’(da’s m’n pa).
‘Ja hoor, in de schuur,’ antwoordde mijn pa bevestigend.
‘Ok ‘
Een fractie later hoorden we ma er een trapje bij schuiven en even daarna zei ze: ‘Ik kan er nét niet bij. Rocco kom jij eens!’
Maar Guus, charmant als hij is, veerde direct op en zei: ‘Dat doe ik wel even voor u, mevrouw Ostermann!’ Hij nam haar plaats op het trapje in, pakte de gloeilamp van mijn ma aan en maakte aanstalten om het ding erin te draaien. Mijn ma ging ondertussen naar de keuken om een schaal appelflappen te halen.
Guusje was dus ‘Eindhovens trots’ aan het indraaien en ik liep eens nieuwsgierig naar de gang om te kijken of het een beetje wilde vlotten. Het eerste wat ik zag, was dat het rechterbeen van Guus zijwaarts én omhoog schoot. Hij begon ineens ook te schokken met dat been, zijn voet begon nu te flapperen en zijn slipper gleed er óók nog eens af! ‘Aaaaaaagghh, verdorie,’ hoorde ik hem nog roepen en in een flits - hoe passend -- handelde ik. Ik rende naar voren en schopte het trapje onder hem vandaan, omdat ik dacht dat hij onder stroom stond! ‘Hoooeeeaaaaaaaaahhhg!’ Hij liet de lamp los en viel achterover, klapwiekend met zijn flink behaarde bovenarmen, van het krukje af. ‘Krak!’ Dát was het rechterbeen van Guus. Zijn slipper was losgeschoten.
Tsja, zes weken gips voor onze Guus. Ik heb die middag geen wit voetje bij hem gehaald, maar hem er wel eentje geschonken. Maar ho, ik had natuurlijk wél bewezen over indrukwekkende reflexen te beschikken en die zijn, op zijn zachtst gezegd, toch wel van enige importantie voor een doelman. Guus heeft in zijn autobiografie met geen woord over dit tafereeltje gerept! Zou Uncle Guss, de super-boer-gondiër, nog weten wie ik ben?

Tekst: Rocco Ostermann

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant