Afbeelding

Column De Buitenstaander: How a ‘Bout’ Opa?

Opinie

Martin Bril dichtte ooit:
Bezoek nooit
De plaatsen
Van je jeugd
Ze vallen tegen
Net als die
Hele jeugd

Persoonlijk heb ik andere ervaringen, maar ik snap hem wel. Ik was laatst weer eens, sinds een eeuwigheid, in Anholter Schweiz, en ik meende dat dat eethuisje, gesitueerd middenin een meertje, ongeveer zo groot was als het kasteel van Walt Disney. Dat viel tegen. Kinderherinneringen, ze zijn vaak niet accuraat.
Zo schijnt mijn Opa uit Lichtenvoorde nogal een brompot te zijn geweest. En hoewel ik me amper iets van overdreven veel knorrig taalgebruik kan herinneren, dacht ik dat ook. Tot het de laatste jaren tot me doordrong, dat het misschien toentertijd ook wel zo vaak gezegd is in mijn directe omgeving, dat ik het op een gegeven moment gewoon simpelweg zélf als waarheid heb aangenomen. Een geconstrueerde herinnering dus.
Zoiets gebeurt aan de lopende band in ons turbulente leventje. Ok, hij was bij vlagen ietwat kort door de bocht, maar dat heb ik in mijn blinde haast ook wel eens op mijn repertoire, en dat kan ietwat ongeduldig-mopperkonterig overkomen. ’C’est le Ton qui fait la Musique’.
Hoewel het natuurlijk gaat om wát je zegt is het juist ook cruciaal hóe je het zegt Wanneer mijn grootvader grappig probeerde te zijn, lukte hem dat niet bijster goed. En die flauwe mopjes van hem, die hadden een baard, waarbij vergeleken die van Sinterklaas een ‘five o’clock shadow’, een stoppelbaardje, was. Ja, om die grollekes van hem, daar werd toentertijd de hofnar van Karel de Grote al voor opgehangen. Maar Opa probeerde het tenminste.
Zijn grootste triomf aan het humoristische front, mijns inziens, was een scène die zich tijdens de zondagochtendmis in de katholieke kerk afspeelde. En dat is een meer dan prima plek voor wat theater, zoals we wel weten. Opa was weer eens in slaap gesukkeld tijdens de preek, en zolang hij maar niet snurkte zei Oma er niets van. Op een dag echter, liet hij zulk een keiharde bout dat meneer er zélf van wakker schrok, en zich in een reflex naar achteren omdraaide, tevens een sterk staaltje improvisatievermogen aan de dag legde, en op de iets overtreffende trap van ‘zachtjes’ zei: ‘Allemachtig! Mot dat now per se hier!?’
Het was geen actie van een dromende buikwindspreker die zó, vanuit zijn onderbewustzijn, zei wat hij ervan vond, wat er vanaf de kansel aan hel en verdoemenis over de goegemeente werd uitgestort, maar het was zeker wél een sterk staaltje virtuoos flatuleren, en dat kon hij niet minder dan indrukwekkend goed. Als kind lachte ik me altijd een breuk wanneer hij, voor de zoveelste keer, weer eens zijn vinger uitstak en zei: ‘Trek ‘ns aan mien vinger Rocco!’
Wat is er nou mooier dan kinderen te entertainen, tot ze schaterlachend over de vloer rollen?
En die ‘special effects’ joh, de ruft er na, deden me concluderen dat Opa een echte darmgasbaron was. Jaren later, toen ik op een bruiloftsfeestje ronddwaalde, wilde ik voor een moment lang in de voetsporen van mijn Opa treden en bood eveneens mijn wijsvinger aan een klein neefje van me aan, en zei dronken van voorpret: ‘Trek ‘ns aan mien vinger Edje!’ En dát deed Edje. Vijftig tinten bruin daalden
langs de binnenkant van mijn lolbroek af, richting mijn sokken. Probeer je ook eens wat...

Tekst: Rocco Ostermann

Advertenties doorgeplaatst vanuit Aalten Vooruit