
Expositie ‘Een stille getuige’ in Elim
MaatschappijDrie rampzalige maanden in 1945
Door Jos Wessels
AALTEN - “Vrijheid is niet vanzelfsprekend. Daar moet je ook nu aan werken. In de Tweede Wereldoorlog hebben we kunnen zien hoe het verschrikkelijk mis kon gaan.” Aldus Hans de Graaf bij de opening van de expositie ‘Een stille getuige’ in Elim. Een expositie over die laatste drie rampzalige maanden van de oorlog, speciaal gewijd aan het bombardement op de katholieke pastorie op 28 januari 1945.
Bommen op Aalten, Dale en Barlo
Begin 1945 is de oorlog op zijn dieptepunt. Veel Joden zijn weggevoerd en vermoord. Veel jonge mannen zijn ondergedoken. Het Verzet vecht tegen de Duitsers en moet dit soms met de dood bekopen. De mensen snakken naar de bevrijding. De geallieerden liggen immers al maandenlang op vijftig kilometer afstand, aan de overzijde van de Rijn. Maar juist in die laatste drie oorlogsmaanden zal deze streek hard geraakt worden. Door bombardementen door Amerikaanse en Engelse vliegtuigen. Het is vaak onduidelijk waarom er gebombardeerd wordt. De piloten beschikken niet over geavanceerde detectietechnieken en zij hebben opdracht alle bommen te laten vallen. Geregeld wordt Aalten aangezien voor Duits grondgebied. Burgemeester Anton Stapelkamp vraagt zich in zijn toespraak zelfs af of, gemeten naar de huidige maatstaven van internationaal recht, hier soms niet sprake is geweest van oorlogsmisdaden. In ieder geval werd de gemeente Aalten in die dagen hard geraakt. Op 28 januari bommen op de katholieke pastorie, drie doden. Op 8 februari laten Amerikaanse vliegtuigen bommen vallen op Dale. Gevolg elf doden waaronder veel kinderen. Vorige week was er in deze krant een uitgebreid artikel over te lezen. Op 24 februari zes doden aan de Prinsenstraat als gevolg van een jabo (vliegtuig)-aanval. Op 24 maart opnieuw bommen op de Dijkstraat, nu met zeventien slachtoffers. En op bevrijdingsdag 30 maart een bom op een schuilkelder bij Nijhof in Barlo. Resultaat zeven doden waaronder vijf kinderen Weenink. Daarbij nog veel slachtoffers in Dinxperlo als gevolg van beschietingen. De burgemeester noemt ook het bombardement op Bocholt met meer dan 200 doden. De meeste slachtoffers van al die bombardementen zijn kinderen, ouderen en vrouwen geweest.
Expositie ‘Een stille getuige’
De katholieke en protestantse geloofsgemeenschap van Aalten hebben samen een expositie opgezet in de bovenzalen van gebouw Elim. Deze expositie werd geopend op 28 januari, precies tachtig jaar na dato. Hans de Graaf gaf een uitgebreide toelichting. Centraal staat een rode beuk die er al 200 jaar staat: ‘een stille getuige, de boom die alles zag’. De Graaf verhaalt van die zondagmiddag in januari. In de kerk is het Lof bezig en er zijn 200 kerkgangers. Joop Aversteeg uit Aalten, toen nog een jongetje, was erbij en kan het nu nog navertellen. Ineens een enorme klap, stof, kalk dat naar beneden dwarrelt. De torenspits is weg; die is later vervangen door een veel lager tentdak. De bom is gevallen op de pastorie. Pastoor Chris van Rooijen en huishoudster Anna Klein Rauweler en een ingekwartierde Duitse soldaat zijn dood. De kerkgangers zijn als een wonder aan de dood ontsnapt.
Kerst in oorlogstijd
Op de tentoonstelling is er ook het verhaal van een van de weinige lichtpuntjes in deze donkere periode. Tegenover de katholieke kerk stond toen aan de Dijkstraat het nonnenklooster Sint Elisabeth. In een brief vertelt zuster Bernadine wat er op kerstavond gebeurde. Er wordt op de deur geklopt. Het is een van de Duitse soldaten die ingekwartierd zijn in de naastliggende Sint Jozefschool. Zijn naam is Adalbert Maria Mohn. Hij vraagt namens de anderen, of zij de nachtmis mogen bijwonen in de kapel van de zusters. ‘Wij hebben ons christelijk hart laten spreken en onze aversie tegen de Duitsers opzij gezet’, schrijft de zuster. De Duitse soldaten woonden de nachtmis bij en naar verluid zongen zij zelfs het ‘Stille nacht’. Anderhalf jaar na de oorlog krijgen de zusters een briefkaart. Die is van Adalbert Mohn. Hij verhaalt dat hij krijgsgevangene is geweest, inmiddels vrijgelaten en nu een opleiding gaat volgen tot (protestantse) zendeling. Mohn is later gaan werken in Peru en Equador. Daar zijn nu nog enkele instellingen met de naam ‘Casa Adalbert Mohn’.
Expositie tot vrijdag 2 mei
De expositie is te bezichtigen in Elim op de woensdagen, donderdagen en vrijdagen van 13.30 uur tot 17 uur. Daarnaast op alle zondagen in maart, eveneens van half 2 tot 5 uur. De laatste dag is 2 mei. Er zijn elf panelen en twee video’s te bekijken.








