Een deel van de werkgroep, vlnr: Joni, Angelique, Ainhoa, Martin en Sylvia. Foto: Ed Doppen
Een deel van de werkgroep, vlnr: Joni, Angelique, Ainhoa, Martin en Sylvia. Foto: Ed Doppen

Vanuit ervaringskennis naar beter armoedebeleid

Maatschappij

AALTEN - De gemeente Aalten streeft naar een goed armoedebeleid dat aansluit bij de behoefte en situatie van haar inwoners. Dit voorjaar werd besloten onderzoek naar het armoedebeleid te doen om van daaruit te komen tot verbeteringen. Armoedebeleid is erg complex, en wordt door verschillende overheden, landelijke instellingen en de gemeente en haar organisaties vormgegeven. Besloten werd om bij het onderzoek de beleving en ervaringsdeskundigheid van de mensen die het aangaat centraal te stellen.

Door Ed Doppen

Aan Sylvia Heijnen en Martin Pragt werd gevraagd het onderzoek vorm te geven en te begeleiden (zie Aalten Vooruit 20 maart: ‘Martin en Sylvia praten over armoede’). Ze zijn hiermee aan de slag gegaan en wilden in gesprek met mensen die te maken hebben met armoede en armoedebeleid. Vrijwel meteen stuitten ze op het probleem dat armoede door betrokkenen werd beschouwd als iets gênants dat moeilijk bespreekbaar was. Zij besloten de bestaande organisaties werkzaam op dit vlak te vragen te helpen zoeken naar mensen die over hun situatie wilden praten. De organisaties waren zeer bereid mee te werken, en zo zijn uiteindelijk met zestien mensen gesprekken gevoerd. Deze zowel individuele als groepsgesprekken leverden een schat aan informatie op die een goede input kan zijn voor het voorgenomen verbeterde armoedebeleid.
En nu, aan het einde van de zomer, ligt daar het rapport ‘Van Arm-lastig naar Arm-slag’, dat binnenkort behandeld wordt door de gemeenteraad. Een aantal ervaringsdeskundigen en Sylvia en Martin presenteerden het vrijdag trots. Tijdens het interview kwamen belangrijke zaken en adviezen aan bod.
Zo wordt breed herkend dat niemand zijn vuile was graag buiten hangt en het thema geldgebrek met schaamte is omgeven. De deelnemers aan het onderzoek ontdekten echter dat het belangrijk en prettig is het taboe te doorbreken. Armoe wordt vaak als een individueel probleem ervaren, terwijl het een maatschappelijk probleem is. Ook wordt duidelijk dat armoede iedereen kan overkomen.
Een van de deelnemers geeft een herkenbaar voorbeeld hoe plotselinge omstandigheden je leven kunnen veranderen. Waar eerst zowel zij als haar partner een baan hadden en zij als gezin prettig rond kunnen komen, verandert de situatie aan het begin van de bouwcrisis. Haar partner wordt ziek en wordt na twee jaar afgekeurd. Zijn uitkering wordt gebaseerd op het gemiddelde aantal uren aan het begin van zijn ziekte. In de praktijk stelt dit niets voor. Opeens is de vrouw kostwinner en eenverdiener. Ze geeft aan “niet echt arm te zijn”, want ze redden het steeds nét. Toch is het effect groot. Geld voor leuke dingen is er niet meer, ze komen voor geen enkele steunmaatregel in aanmerking, een buffer opbouwen is niet mogelijk en het voortdurende financiële gevecht is uitputtend.
Een andere deelnemer is opgegroeid in een eenoudergezin. Haar moeder is volledig arbeidsongeschikt. Hoewel ze als jongere een druk bestaan heeft met school, werk en mantelzorg, klaagt ze niet. “Wat ik wel merk is dat ik een stuk minder zorgeloos in het leven sta dan leeftijdgenoten.” Financieel lukt het allemaal net om het samen te rooien. Totdat ze 18 wordt. De kinderbijslag stopt, het kind gebonden budget valt weg, en moeder wordt gekort voor het samenwonen met een medevolwassene. “Ik vind dat jongeren en hun ouders, beter moeten worden voorbereid op de grote veranderingen die volgen bij het 18 jaar worden. Bijvoorbeeld op school.”
Een ander verhaal is ook zeker herkenbaar voor mensen die afhankelijk zijn van een uitkering van het UWV. Zonder gezien, gehoord en onderzocht te zijn wordt een percentage arbeidsongeschiktheid vastgesteld. Allemaal ‘onder voorbehoud’. Dus je krijgt een klein inkomentje, maar hebt geen idee of je het mag houden of dat er ooit terug betaald moet worden…
“Door huursubsidie, zorgtoeslag en steun van instanties redden we het allemaal net. Ik zou graag experimenteren met een baan, maar ben bang dat ik mijn financiële vangnet kwijtraak als blijkt dat ik het toch niet langdurig vol kan houden. Ik zou meer durven te experimenteren als ik kon vertrouwen op een financiële basis bij uitval.”
Wat klip en klaar niet werkt bij armoedebeleid is het aanpassen van normen en definities. Zo grapte een deelnemer: ”Hoera, ik ben niet meer arm volgens de nieuwe armoededefinitie, maar kan even goed de rekeningen niet betalen…”.
Wat wel werkt: écht luisteren en empathie tonen, proactief handelen en handelen naar de geest en niet naar de letter van de wet. Dit laatste impliceert dat harde financiële grenzen en kaders plaatsmaken voor meer menselijke maat in het armoedebeleid. Het lijntje tussen bestaanszekerheid en armoede is namelijk erg dun.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant