
Avond over begraafplaatsen roept verdere vragen op
MaatschappijAALTEN - De presentatie van het nieuwe beleid voor de begraafplaatsen tijdens de beeldvormende avond afgelopen dinsdag nam niet alle zorgen weg bij de belangstellenden en insprekers én riep bovendien ook nog verdere vragen op bij zowel de fractieleden als bij de aanwezigen. Dat er enkele zaken in de beleidsnotitie nog verder bekeken moeten worden, daar was Wim van Oort van adviesbureau van Oort en Ros, die het nieuwe beleidsplan had uitgewerkt, het wel over eens.
Door Iris Jansen
Zijn uitgebreide presentatie van het nieuwe begraafplaatsenbeleid was zakelijk te noemen, waarbij de exploitatie en het drukken van de kosten op de voorgrond stonden. Want, zo zei van Oort, ‘we willen toch niet onze volgende generatie in de gemeente opzadelen met te hoge kosten voor het onderhoud van de begraafplaatsen. We moeten begraafplaatsen behandelen als een onderneming, de exploitatie moet sluitend gemaakt worden zodat er geen geld uit openbare middelen naar toe moet.” Op zich misschien een reële opmerking, ware het niet dat het hier over een emotioneel onderwerp gaat, waarbij alleen een zakelijke benadering volgens velen niet helemaal op z’n plaats is.
Volgens Van Oort moeten er drie oude begraafplaatsen gesloten en met de tijd afgestoten worden en moeten de overgebleven begraafplaatsen beter afgestemd worden op de hedendaagse wensen. Er moeten meerdere keuzenmogelijkheden komen en begraafplaatsen moeten meerdere functies krijgen zoals uitgedrukt in kernwoorden: herdenken, ontmoeten, wandelen, kunst, natuurbegraafplaatsen en biodiversiteit. Ook de tarieven moeten flexibel worden en voor iedere beurs toegankelijk.
Vanuit Aalten en vooral vanuit Dinxperlo waren veel belangstellenden en insprekers aanwezig, die de nodige vragen en opmerkingen hadden omtrent de sluiting van de drie oude begraafplaatsen aan de Piet Heinstraat in Aalten, Prins Mauritsstraat in Bredevoort en het Kerkhofpad in Dinxperlo. Op de voorgrond stond bij de insprekers toch wel de vraag of er daar nog bijgezet kon worden in de familiegraven, ook nog na sluiting van de begraafplaats en hoelang kon dit dan nog voortduren gezien de periode van tien jaar grafrust? Wanneer zou het dan mogelijk zijn voor de gemeente om de begraafplaatsen op te heffen en er een andere bestemming aan te geven? Van Oort gaf aan dat sluiting nog wel tientallen jaren zou duren; minimaal tien jaar na de laatste begrafenis en nog minimaal twintig jaar voordat ruiming plaats kan vinden. Opheffen zou ook een nieuw raadsbesluit vergen.
Ook maakten insprekers zich zorgen over de monumentale graven van cultuurhistorische waarde en de oorlogsgraven die in Aalten en Dinxperlo aanwezig zijn. Louis Veldhuis uit Aalten stelde deze vraag voor zowel Aalten-Bredevoort en Dinxperlo. Worden deze graven geruimd, ook wanneer er geen rechthebbenden meer te traceren zijn? Welke status hebben de oorlogsgraven? Hierop had Van Oort geen passend antwoord klaar, en stelde voor om dit thema nog verder uit te werken. Ook gaat de gemeente eerdaags aan de gang om rechthebbenden van graven te traceren om zo te inventariseren of en wanneer graven geruimd kunnen worden. Cas Ebbers van de VVD stelde een vraag wat een bepaling was voor een cultuurhistorisch graf. Voor Oort: ”Er zijn geen wettelijke regels omtrent deze graven, dat moet lokaal bekeken worden. Maar teveel graven onderhouden kost teveel geld op den duur, dus er moet een selectie komen. Dat moet nog worden uitgewerkt.”
Theo Diepenbroek, die namens Stichting Historisch Dinxperlo sprak, gaf aan dat hij het jammer vond dat de Stichting Dodenakkers niet bij het beleidsplan betrokken was. Deze stichting heeft veel ervaring op het gebied van oude begraafplaatsen en historische monumenten. Wellicht is het verstandig hen er alsnog bij te betrekken, ook wanneer er graven geruimd moeten worden, om de cultuurhistorische waarde te bepalen. Ook benadrukte hij dat de vrijwilligers die reeds vijf jaar lang de oude begraafplaats in Dinxperlo bijhouden en dit hoofdzakelijk uit eigen middelen doen, en zo de gemeente al deze jaren al veel geld hebben bespaard.
Tobias Holtman van de Christen Unie wilde weten hoe groot het bedrag van het jaarlijkse onderhoud van de begraafplaatsen eigenlijk was en hoeveel er door sluiting van de drie begraafplaatsen bespaard kan worden. Voorts vond hij dat de presentatie wel een erg bedrijfsmatig karakter had. Het antwoord hierop moest Van Oort schuldig blijven, maar merkte op dat zonder maatregelen het gat tussen inkomsten en kosten steeds groter zou worden.
Freek Diersen gaf aan dat de gemeente beter een gespreksavond per dorp had kunnen organiseren om zo uitleg en vragen te kunnen beantwoorden van betrokken en verontruste burgers. Zeker in Dinxperlo heeft het bericht omtrent de sluiting voor veel onrust gezorgd.
Ook Henk Meerdink van BoerBurgerBondgenoot/HMV merkte op dat de zakelijke benadering van dit emotionele onderwerp hem heeft geraakt. Hoe wordt er omgegaan met de graven, en wanneer gaat de gemeente over tot ruimen? Van Oort gaf als antwoord dat een wet uit 2010 bepaalde dat oude graven moeten worden onderhouden en graven zonder rechthebbenden moeten worden geruimd. Stoffelijke resten worden herbegraven. Desgewenst met een monumentje erbij.
Raimond Smit van het CDA had nog vragen omtrent de asbestemmingen op de begraafplaatsen en Jeroen Hollema van D66 merkte op dat wel of niet bijzetten niet helder was beschreven in de notitie en ook over het schudden van graven nog onduidelijkheden waren. Tenslotte stelde Holtman dat er in de notitie veel ‘kunnen of kan’ te lezen viel. Van Oort gaf toe dat er in de notitie dingen moeten worden bijgesteld die tot verwarring hebben geleid.
Op 15 oktober om 19.30 uur volgt een oordeelsvormende openbare vergadering, ook te volgen via aalten.nl/online.








