Foto: Foto:

Column Herlinda: Op een eiland

  Column

Ik zit op de boot. Het water glijdt langs me heen. Ik staar naar de horizon en zie het eiland dichterbij komen. Hoeveel dagen hebben we afgeteld tot deze dag? Elk jaar weer. Een soort verlangen. Een opgetogenheid. Het echte vrij zijn.

De vuurtoren komt als een ware beschermheer boven het dorp uit. De boot komt toeterend de haven binnen. Terug van weggeweest. Tientallen gasten staan op het plein te wachten. Op familie. Op vrienden. Of gewoon om te kijken wie er van de boot komt. De weg naar het huisje kunnen we dromen. De auto volgeladen. Domweg dient hij als bagagewagen met onze eigen fietsen erop. De rest van de week mag hij geenszins aangeraakt worden of gestart worden. Op een eiland fiets je. Op een eiland wandel je. Op een eiland respecteer je nog meer de natuur. Die wil je voelen. Die wil je optimaal ervaren. De tegenwind. De geur. Het schreeuwen van de meeuwen. De ongewenste ganzenpoep op je kleding. De schapen midden op de dijk. Het zand en het zout op je gezicht. De intens vergrijsde tinten die je ogen verblinden.

We rijden het dorp door en al gauw aan de horizon staat parmantig boven op een hoge duin ons huisje. Ons thuis. De spullen worden op de bekende plek gelegd. Een ieder neemt zijn eigen kamer. En zo snel als mogelijk pakken we de vlieger, de voetbal en leggen we de weg naar het strand af. Tussen een paar huisjes door, een behoorlijke klim, over het duin, door het mulle zand en ja hoor, daar ligt het breedste strand van Nederland. We ravotten, we vliegeren, we voetballen. Het zand zit overal.

De rest van de week is het niets anders. In de ochtend worden de hardloopschoenen of de crosser gepakt om op tijd in stilte te genieten van de natuur. Daarna wordt er gewandeld, naar een dorpje gefietst, een ijsje gegeten bij de beste ijswinkel, geborreld bij diverse strandtenten. Niets bijzonders maar toch zo speciaal. De rijkdom van de eenvoud.

Ik zit op de boot. Het water glijdt langs me heen. Ik staar naar de horizon en zie het eiland kleiner worden. M'n lijf sputtert tegen. Ik wil terug. Hoeveel dagen duurt het nog voordat we weer gaan?

Herlinda ter Maat

Meer berichten