Randbericht, Bernhard Harfsterkamp

  Column

Niet meer winterhard

Helaas ben ik een vreselijke koukleum geworden. Het liefst blijf ik binnen bij de warme kachel. Voor menigeen zal mijn verwarming te hoog staan. Ik probeer het te beperken tot 21 graden, maar ik heb dan nog drie truien en soms een vest nodig om het een beetje behaaglijk te krijgen.

Ben ik een aansteller? Soms flitst die gedachte door me heen. Dan denk ik terug aan mijn jeugd. Dat was de tijd dat een strenge winter nog bestond. Dat we ’s morgens de achterdeur niet open konden krijgen, omdat er een dik pak sneeuw voor lag. Ik klom dan door het raam naar buiten en begon de dag met sneeuw ruimen.

In ons huis was het niet overal warm. Alleen in de voor- en de achterkamer stonden kachels. Op de bovenverdieping was geen kachel. Toch maakte ik het huiswerk op mijn slaapkamer. De lucht kon ik door het brede dakraam niet zien, want er zaten ijsbloemen op. Met een trui en een vest was het geen probleem voor me om uren boven te zijn.

Zaterdagmorgen keek ik naar buiten en zag ik dat de wereld enigszins wit was. Omdat ik me niet wilde laten kennen, besloot ik de kou te trotseren. Ik pakte mijn elektrische fiets en reed het buitengebied in. De frisse lucht deed me goed en ik genoot van het winterse landschap, dat al aan het ontdooien was.

Bij een grote poel in ’t Woold besloot ik om even op een bankje te gaan zitten. Er zat nog een laagje ijs op. Zonder na te denken ging ik zitten. Ik had het niet eens erg koud, al was het niet behaaglijk. Ik straalde zelfs warmte uit, want na enkele minuten voelde ik nattigheid. Terwijl ik op stond, zag ik dat ik mijn zitplek had ontdooid. 

Toch was ik blij om weer thuis te zijn. Daar voel ik me beter. Ik moet realistisch zijn. De koude maanden van het jaar zijn niets meer voor mij. Ik zal dan alleen buiten komen voor een enkele afspraak en om boodschappen te doen. Lange fietstochten zal ik pas weer maken, als de temperatuur boven de 20 graden komt.

Het buitengebied van Aalten en Winterswijk kan ik zolang niet missen. Gelukkig heb ik een oplossing gevonden. Zondag heb ik me door een vriend laten rondrijden. Het grootste voordeel was de verwarming in de auto. Nog behaaglijker dan thuis. Intussen keek ik rond en vond ik het uitzicht vanuit zo’n vehikel niet onaardig. Ik liet hem voor hem onbekende wegen opgaan. Alleen bij een enkele zandweg protesteerde hij. Ik zal hem niet elke dag vragen, maar ik weet dat ik regelmatig een beroep op hem kan doen. Zo kom ik de winter wel door.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden