Vanaf een bankje Aalten | In het hart van Barlo

  Column

Vanaf een bankje Aalten | In het hart van Barlo

Bankjes met de mogelijkheid twee richtingen uit te kijken kom ik niet vaak tegen. In het hart van Barlo staat er een. Ik ben in de buurt van pannenkoekboerderij de Neeth en huize Nijhof. Het bankje moet precies in het midden van de buurtschap Barlo staan. Ik heb het niet nagemeten, ik neem aan dat het waar is.

Ooit schreef ik dat de Haart de mooiste buurtschap in de gemeente Aalten is. Misschien moet ik die mening herzien, want Barlo mag er ook zijn. Barlo is vooral aantrekkelijk vanwege de hoogteverschillen. Het zal als je naar Zuid Limburg kijkt niets voorstellen. Omdat voor mij een brug al steil is, is het in Barlo soms lastig fietsen. Het landschap vergoed veel.

Naast de hoogteverschijnselen zijn er de onverharde wegen en de smalle fietspaden, die op vele plekken te vinden zijn, die het zo aantrekkelijk maken. Er zijn zelfs holle wegen, die niet veel voorkomen in ons land. Zo’n weg wordt gekenmerkt door aan weerszijden hoge beschaduwde kanten, waardoor de fietser of wandelaar beschut voort beweegt. De schaduw zorgt voor een ander soort plantengroei.

Hoe zijn die hoogteverschillen ontstaan? Ze zijn te danken aan de ijstijden. De derde ijstijd kwam met de gletsjers tot aan de helft van Nederland. Het Monterferland en de bult bij Vragender herinneren er aan. Na die ijstijd werd het warmer en smolt het ijs. Dat leidde tot smeltwatergeulen, die de oorsprong zijn van onze rivieren. De Rijn stroomde in die tijd bij Aalten. Het was een tijd met veel wind en naast de rivier ontstonden hoge stuifduinen. Daardoor is Aalten net als Rome op zeven heuvelen gebouwd.

In Barlo en Daale waren de stuifduinen eveneens te vinden. Op deze hoger gelegen gronden vestigden zich de eerste bewoners. Eerst waren het zwervers en verzamelaars, die telkens verder trokken. Daarna waren het landbouwers die uiteindelijk bleven. Zij legden de basis voor wat in de Middeleeuwen ons oude cultuurlandschap is geworden. Overal rondom Aalten werden op de hogere gronden, er waren ook lagere stuifduinen, akkers aangelegd. Op de nog lagere delen was er plek voor de weilanden. Door het gebruik van de potstal groeiden die akkers elk jaar één millimeter. Totdat de kunstmest het gebruik van heideplaggen doordrenkt met mest overbodig maakte.

Vanaf het bankje is nog veel van het oude landschap te zien, al liggen op de hoge gronden nu weilanden met gras, dat ingekuild wordt voor het melkvee. Landschappen veranderen in de loop der tijd, dat is normaal. In de verte zie ik een nieuw soort landschap, het energielandschap. Het zijn de windmolens van Hagenwind.

Door Bernhard Harfsterkamp

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden