Het bankje aan de rand van het Witteveen. Foto: Bernhard Harfsterkamp
Het bankje aan de rand van het Witteveen. Foto: Bernhard Harfsterkamp

Vanaf een bankje

In het Witteveen

Na een tocht over vele wegen ging ik uiteindelijk zitten op een bankje op een picknickplek op de Haart. Ik bevind me bij de Driehonderdmeterweg aan de rand van het Witteveen. Dat veen is er niet meer, maar ik kijk nog steeds uit over een open landschap met weinig bomen.

De grens met Duitsland is niet ver weg. Zo’n 300 meter is het, omdat de lange rechte weg op die afstand van de grens zou zijn aangelegd. Ik heb dat vaak aan mensen uitgelegd, zelfs aan wethouders. Velen denken dat de weg zo heet, omdat die 300 meter lang is.

Zo’n vier jaar geleden heb ik meer dan twee uur op deze picknickplek doorgebracht. Dat was niet geheel vrijwillig. Ik was er even gestopt met een geleende auto. Ik zette de motor uit, maar liet de lichten aan. Ik moest iets opzoeken. Toen ik weer wilde starten lukte dat niet meer. De accu was leeg. Wat doe je dan? De wegenwacht bellen, maar die kon niet beloven er snel te zijn.

Het wachten begon, zodat ik de picknickplek uitgebreid kon bekijken. Intussen was mijn mobiele telefoon ook nog leeg, zodat ik mijn neef in Dinxperlo niet kon bellen dat ik later kwam. “Waar blijft Bernhard”, werd daar niet veel later gedacht. Het gebel begon, maar ik nam niet op. Dus werden er anderen gebeld of die wat wisten. Gevolg was dat vele mensen ongerust werden.

Intussen bleef ik wachten op de wegenwacht die niet kwam. Na twee uur besloot ik te gaan lopen richting Winterswijk. Enkele kilometers verderop belde ik aan bij een bekende, die me naar een garage bracht. Met een monteur reed ik terug om de auto weer aan te slingeren. Onder de ruitenwisser zat een briefje van de Wegenwacht dat die tevergeefs was geweest.

Een bankje kan persoonlijke herinneringen oproepen. Als ik aan het Witteveen denk herinner ik mij een excursie met de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie. Daarvan was ik net lid, maar ik was al een groot liefhebber van venen als het Wooldseveen en het Zwillbrockerveen. Ik dacht dat het Witteveen net zoiets was. De teleurstelling was groot. Alleen kale weilanden.

Dat het grootste deel van de venen in Nederland was ontgonnen wist ik niet. Die weilanden waren 50 jaar geleden nog nat, zodat je in het Witteveen veel weidevogels kon aantreffen. Later in dit jaar zal ik er slechts enkele kunnen zien. Dat gaat veranderen en terwijl ik op het bankje zit heb ik daar alle vertrouwen in.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden