<p>Aniek van Koot blij met bloemen van 'hangouderen'. Foto: Frank Vinkenvleugel</p>

Aniek van Koot blij met bloemen van 'hangouderen'. Foto: Frank Vinkenvleugel

‘Het is soms leven vanuit de koffer’

Rolstoeltennisster Aniek van Koot vertelt over haar leven

Door Karin Stronks

DINXPERLO – Haar huis is niet moeilijk te vinden, rondom de voordeur zijn veel versieringen aangebracht. Grote posters, oranje vlaggetjes. “Ja leuk hè”, zegt Aniek opgewekt. “Wat dat betreft is thuiskomen als een warm bad! Ik was doodop, na Tokio vlogen we direct door naar New York voor een Grand Slam toernooi. Daar wisten we ook in het dubbel te winnen. Ik kwam thuis, sliep bij mijn ouders op de bank, toen we gebeld werden dat er mensen bij me aan de deur stonden. De ‘hangouderen’ met bloemen. Zo’n leuke verrassing geeft je weer nieuwe energie!”

Er staan tassen met sportkleding in de gang, op een van de sporttassen staat een tennisracket. Ze is spontaan, goedlachs, ze schenkt koffie, intussen vertelt ze over de trainingen die ze op deze dag heeft gehad. “Ik ben om vijf uur opgestaan, daarna naar Amstelveen voor twee keer twee uur tennistraining en één tot anderhalf uur krachttraining. Volgende week staat alweer het volgende toernooi op het programma, de World Team Cup, een soort Daviscup waar we met een team van drie dames meedoen. Dat is in Sardinië, het weer is daar goed!” Eind oktober speelt ze in Orlando, het Masters WK, enkel- en dubbelspel. “Ja soms is het leven vanuit de koffer…”

Of ze morgen weer zo vroeg op moet? “Nee, dan ga ik eerst even naar de huisarts. Heb wat last van mijn stomp. Daarna ga ik nog wel trainen ja.” Vanaf haar veertiende doet Aniek met internationale toernooien mee over de hele wereld. Mede hierdoor spreekt ze vier talen vloeiend. De Paralympische Spelen van dit jaar in Tokio zijn haar derde Olympische Spelen. Ze deed ook mee in Londen en Rio de Janeiro. “Of ik zenuwachtig ben voor wedstrijden? Ja ontzettend. Elke keer weer is het spannend. Ik sta nu derde op de wereldranglijst maar in principe kan ik van iedereen winnen maar ook verliezen.” 

In december voelt ze zich niet goed, niet gelukkig. Ze denkt erover om te stoppen met topsport. “Ik had het erover met mijn moeder. Zij zei dat ik het zelf moet beslissen maar gaf me ook het advies om op een hoogtepunt te stoppen, op een positief punt. Dat gaf me de doorslag om toch door te zetten, er weer voor te gaan. Nu vind ik het weer leuk en heb weer de drive om volop te gaan trainen en me weer optimaal op toernooien voor te bereiden.” Vanaf het punt in december praat ze meer over wat haar bezighoudt, met de mensen om haar heen, met haar coaches. “Dat voelt beter, dan hou je alles bespreekbaar en ben je niet alleen met je gevoelens.” 

Ze is geboren in 1990, haar rechterbeen is korter dan het linker. Voor haar elfde worden diverse pogingen gedaan om het been te rekken. Dat gaat niet goed en ze ondergaat talloze operaties. Uiteindelijk moet haar rechterbeen worden geamputeerd. “Ik heb ermee leren leven maar ben nog steeds nieuwsgierig hoe het is als je twee benen hebt, hoe het voelt om te rennen… Zielig ben ik niet, het heeft me ook veel gebracht. Maar toch.” Door haar ouders, die beheerder zijn geweest van sportcentrum Het Blauwe Meer, komt ze in aanraking met tennis. “Ik zat op een stoeltje en sloeg de bal steeds tegen een muurtje. Later begon ik met rolstoeltennis. Vrij snel trainde ik drie keer per week. Vanaf mijn dertiende, veertiende vloog ik de wereld over om mee te doen met toernooien. Daarom ben ik ook naar het Vwo in Arnhem gegaan, een speciale school voor topsporters, daar kon ik vrijstelling krijgen voor deelname aan toetsen en tentamens. Er zaten daar ook jongens op die bij Vitesse speelden.” 

Ze woont een tijdje in Arnhem maar besluit toch om terug te gaan naar de Achterhoek, naar Dinxperlo. “Ik heb dit huisje kunnen kopen, vind dat echt een bekroning en ben er super trots op. Het is hier als een warm bad, steeds als ik thuis kom. De gemoedelijkheid, de hangouderen die altijd weer zwaaien en ik wuif natuurlijk ook.” Desgewenst vertelt Aniek: “Stoppen, nee, voorlopig nog niet. Ik ga nog voor de Paralympische Spelen van 2024 in Frankrijk, Parijs. Dan zie ik wel verder, misschien kom ik dan de Prins op het Witte Paard een keer tegen…”

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden