<p>Een getekend verslag van één van de bijeenkomsten. Illustratie: Maria Geven</p>

Een getekend verslag van één van de bijeenkomsten. Illustratie: Maria Geven

Persoonlijke ervaringen centraal bij gesprekstafels

AALTEN - Afgelopen week organiseerde de gemeente Aalten weer twee digitale gesprekstafels in de serie 'Zo persoonlijk mogelijk'. “Het leek alsof de deelnemers deze titel letterlijk opvatten”, aldus de wethouders Joop Wikkerink en Hans te Lindert die weer deelnamen aan de gesprekken. “We zijn werkelijk getroffen door de persoonlijke verhalen en de bereidheid van mensen hun ervaringen, positieve en negatieve, te delen.” De gesprekken werden steeds 'vastgelegd' door communicatietekenaar Maria Geven.

Blijven meedoen
Maandag schoven mensen aan de gesprekstafel die het lastig hebben op de huidige arbeidsmarkt, (deels) een beperking hebben of arbeidsongeschikt zijn en twee statushouders. Drie begrippen lagen vanaf de start op tafel: menselijke maat, waardigheid, perspectief. Voor mensen die voor hun inkomen afhankelijk zijn van een uitkering, schulden hebben, of een inkomen rond de armoedegrens is perspectief op verbetering het belangrijkste. Veel deelnemers zijn blij met de steun die zij van hun begeleiders of consulenten ondervinden, maar sommigen hebben ook last van 'instanties'. “Vaak moet je keer op keer je situatie uitleggen en je doopceel lichten. Dat is niet fijn", zo legden ze uit.

Wat is dan goede ondersteuning?
Over het antwoord op deze vraag was veel overeenstemming: persoonlijke aandacht, begeleiding en informatie. En als resultaat natuurlijk een baan met ondersteuning, een weg uit de armoede en voor mensen die niet meer of nog niet aan de betaalde baan toe zijn: zinvolle ontwikkelingsmogelijkheden.
Vooral statushouders vinden de papieren communicatie erg lastig. Concreet wordt genoemd het invullen van belastingpapieren. De toegang tot de hulp hierbij wordt niet altijd snel gevonden.
Als het gaat om mensen die moeite hebben om zich staande te houden in de werksituatie hoopt men op begrip en kennis van de werkgever en begeleiders. Job-coaching is van belang, maar ook een passende werkomgeving.
“Als je eenmaal in een uitkering zit, krijg je een etiket”, vatte een van de deelnemers hun situatie samen. “Daar zouden we vanaf moeten.”

Wat zou er beter kunnen?
Het inzetten van ervaringsdeskundigen of het elkaar opzoeken in 'lotgenotengroepen' kan helpen om de situatie van mensen die het lastig hebben duidelijker te maken. Dergelijke mensen of groepen kunnen uit ervaring aan medewerkers, werknemers, collega’s vertellen wat het is om een heel laag inkomen te hebben, schulden te hebben of afhankelijk te zijn van de voedselbank.
Er is behoefte aan werkplekken bij bedrijven die oog hebben voor de persoonlijke situatie van mensen die zich moeilijker staande kunnen houden in een werksituatie. Ook is het nuttig om rekening te houden met laaggeletterdheid door simpel taalgebruik, checken of het overkomt, herhalen of het goed begrepen is. Mensen die moeite met taal hebben zeggen soms te gauw dat ze iets begrijpen. Voor statushouders zou - ook al hebben ze de inburgering gehaald - toch nog meer taal coaching moeten zijn, bijv. via taalmaatjes.
Soms heeft iemand uit meerdere bronnen een inkomen; dan wordt het pas ingewikkeld: elke instantie heeft z’n eigen regeltjes en voorschriften. Hoe mooi zou het zijn als die inkomens bij elkaar opgeteld van één instantie zouden komen.

Sociale kaart en informatie
Ook aan deze tafel komt die weer naar boven: wat is er allemaal en waar kan ik dat vinden. De gespreksdeelnemers zien wel wat in een soort sociale kaart maar dan simpel met bijvoorbeeld tekeningetjes (infographic) waar je moet zijn. Een van de deelnemers noemde ook een soort van 'dorps-conciërge' waar je vragen aan kunt stellen in plaats van een website, een loket, een instantie. Aan de andere kant constateerde men ook dat het soms moeilijk is om hulp te vragen, ook vanwege waardigheid, schaamte enzovoort. Toch werkt 'het persoonlijk vragen' het best, aldus een ervaren vrijwilliger.

Projecten en ideeën
Natuurlijk vlogen er ook ideeën voor nieuwe projecten over tafel: een winkel met goedkopere spullen, een voedselbank waar je zèlf je pakket kun samenstellen, Een soort van 'ambassadeursgroep' die de situatie van mensen in een moeilijke positie verheldert bij instanties, politiek, organisaties en inwoners. Wethouder Wikkerink wierp de vraag op: “We hebben al veel projecten, maatregelen, ondersteuning; hoe krijgen we die projecten nu bij de mensen die er wat aan hebben?” Er is bijvoorbeeld een project 'simpel switchen', waarin mensen met verschillende achtergronden bijvoorbeeld kunnen switchen tussen dagbesteding, beschut werk, begeleid werk en weer terug (als het even niet lukt). Er is een regeling om parttime werk te bevorderen en waarbij deelnemers dan 200 euro per maand bovenop hun uitkering van hun loon mogen houden. Het antwoord was weer simpel: persoonlijk contact. Dus het was mooi om te zien dat er aan het eind van de bijeenkomst afspraken onderling en met de aanwezige medewerkers van de gemeente gemaakt werden.

De voor- en nadelen van een ‘bubbel’
Tijdens de zevende gesprekstafel in het kader van ‘Zo dichtbij mogelijk blijven meedoen’ was het de beurt aan de jongeren (12+) uit onze gemeente. Vijf jongeren, variërend van 16 tot 24 jaar oud, en drie ouders schoven aan om met twee beleidsmedewerkers van de gemeente Aalten, twee medewerkers van Radar Advies en wethouder Hans te Lindert in gesprek te gaan.

Mooi om te constateren dat de aanwezigen overwegend (erg) positief zijn over het leven in de gemeente Aalten. Als belangrijkste oorzaak voor deze prettige leefomgeving werd de kleinschaligheid genoemd. “Het is gezellig, veilig en je kent elkaar"; "Waar je komt, er is altijd wel een praatje en er wordt naar elkaar om gekeken”; “Eigenlijk is het een soort van bubbel waarin het prettig leven is.” Zomaar wat uitspraken. Doorpratend hierover, bleek dat die ‘bubbel’ eigenlijk ook het grootste minpunt is. Jongeren ervaren vaak best een grote overgang op het moment dat Aalten verlaten wordt en de wereld groter blijkt dan Aalten alleen.

Wat is er te verbeteren?
Belangrijk signaal dat de aanwezigen afgaven was het ontbreken van een ‘plek’ voor (ongeveer) 14- tot 18-jarigen. En die ‘plek’ kan op meerdere manieren geïnterpreteerd worden: een plek om te ontmoeten en te chillen, een plek voor activiteiten, een plek om je terug te trekken maar ook een ‘plek’ om je vragen te stellen. Die laatste ‘plek’ vraagt om een toelichting: de aanwezige jongeren gaven aan dat het heel vaak niet bekend is waar ze met vragen of zorgen terecht kunnen als het binnen de eigen ‘geijkte’ omgeving (ouders, vrienden, school) even niet lukt om er terecht te kunnen.

Hoe gaan we dat doen?
Samen is ook nagedacht over mogelijke oplossingen. Aanhakend op het laatste punt uit de vorige alinea, de ‘plek’ voor vragen en zorgen, werd het idee geopperd om te zoeken naar een laagdrempelige plek om terecht te kunnen. Zowel fysiek, bij een persoon, alsook (bijvoorbeeld) een plek om in de vorm van een chat je zorgen en/of vragen neer te leggen. Een belangrijke signaal waarbij ook de school expliciet werd genoemd. “Soms loop je met zorgen rond en als je niet meteen een klik met je mentor hebt, is het lastig om op school tóch een plek te vinden om terecht te kunnen”, aldus een van de aanwezigen.
Door de aanwezigen werd meerdere keren genoemd dat in onze gemeente de jeugd elkaar kent en dat dat een groot goed is. Binnen de buurtschappen is dat sowieso een enorme kracht maar in het dorp werd hetzelfde ervaren binnen bijvoorbeeld de sportverenigingen. Er wordt omgezien naar elkaar en we helpen elkaar. Iedereen hoort erbij. Een prachtige constatering. Maar ook een waarschuwing want je ziet immers alleen wat je ziet. Anders gezegd: er zijn ook écht jongeren die níet gezien worden en daar zullen we ons ook van bewust moeten zijn.
Een mooi voorbeeld kwam vanuit de jeugdclubs in de buurtschappen: daar is het een soort van vanzelfsprekend dat de oudere jeugd naar de jongeren jeugd omkijkt en ze ‘bij de hand neemt’. Dit werd door meerdere mensen genoemd en bleek een bron van inspiratie ook richting de grotere kernen en dorpen waarbij een dergelijke cultuur werd herkend binnen de (sport)verenigingen. “Van deze kracht zouden we meer gebruik kunnen maken!”, was een breed gevoeld signaal.
Mooi om te noemen is het feit dat de aanwezige jongeren (en de ouders) wel wat voelden voor een soort van jongerenraad als klankbordgroep om regelmatig mee bij elkaar te komen en gevraagd en ongevraagd advies te geven aan bijvoorbeeld de gemeente en het jongerenwerk.

Slotconclusie
“Vrijwel alle ingrediënten voor nog verdere verbeteringen voor onze jeugd zijn al aanwezig maar we moeten met elkaar nog goed in gesprek over het juiste gerecht en het bijbehorende recept.”

Ervaringen tot nu toe
Wethouder Hans te Lindert: “We hebben nu zeven gesprekstafels met onze inwoners gehad; volgende week praten we nog met de kinderraad, met 'Samen sterk' van Estinea, èn met professionals.” Joop Wikkerink vult aan: “Onze ervaring tot nu toe is dat deze manier van in gesprek gaan een schot in de roos is. Natuurlijk gaat het soms onhandig op de digitale manier. Maar er heerst aan elke tafel een open, positieve en betrokken sfeer. Hier hebben we ook als wethouders veel aan." Hans: “Ook dankzij de goede begeleiding van Radar en onze medewerkers. Dit smaakt naar meer.”

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden