Boenen om de Stolpersteine weer te laten blinken. Foto: Lydia ter Welle
Boenen om de Stolpersteine weer te laten blinken. Foto: Lydia ter Welle

Vrijwilligers Synagoge Aalten poetsen Stolpersteine

AALTEN - Het is inmiddels een traditie: kort voor 4 mei worden de 34 Stolpersteine in Aalten gepoetst door de vrijwilligers van de Synagoge in Aalten. Met schuursponsjes en wat water gaan ze de aanslag op de 'struikelstenen' te lijf, zodat de messing plaatjes met daarin de naam, geboorte- en overlijdensdatum en de plaats van overlijden van de slachtoffers van de Holocaust weer gaan blinken. In de verwachting dat iedereen die er langs komt, even stil staat bij de kleine 'monumentjes' en de namen leest. Want zoals een citaat uit de Talmoed ons leert: een mens is pas vergeten als zijn naam is vergeten.

Het gezin van Roberth en Rozetta Fuldauer woonde aan de Eerste Broekdijk 35 en bestond uit vijf personen en een huisgenoot.

Roberth Fuldauer werd op 2 augustus 1883 in Doetinchem geboren als zoon van Meijer Fuldauer (1844-1923) en Edel Fuldauer-Poel (1846-1908). Hij had één zus en vier broers, onder wie Sally, die evenals Robert naar Aalten verhuisde.

Roberth trouwde met Rozetta van Gelder, die op 3 februari 1892 in Borne geboren was. Haar ouders waren David Salomon van Gelder (1839-1915) en Sara van Gelder-van Wije (1848-1919). Roberth en Rozetta kregen drie kinderen, Lina Sara (Lien), geboren op 24 augustus 1927, Sara, geboren op 5 december 1930 en Meijer David, geboren op 9 mei 1935.

De Fuldauers behoorden tot de armste families onder de Aaltense Joden. Roberth handelde in alles wat te verhandelen viel om de kost te verdienen voor zijn vrouw en drie kinderen. Dat zij iemand in huis namen zal niet geweest zijn om die in hun overvloed te laten delen. Van 1934 tot 1938 zorgden zij voor Salomon Denneboom, het pasgeboren kind van een ongehuwde moeder, en later ontfermden zij zich over Cato Konijn, van wie vermoed wordt dat zij zwak begaafd was en niet voor zichzelf kon zorgen.

In 1941 werd Roberth Fuldauer te werk gesteld in een van de Joodse werkkampen. Toen die in het najaar van 1942 leeggehaald werden, moesten niet alleen de geïnterneerde mannen, maar ook hun gezinnen naar Westerbork vertrekken. Zo werd ook Rozetta met haar drie kinderen gedwongen het huis aan de Eerste Broekdijk te verlaten. Vrijwel meteen na aankomst in Westerbork is het hele gezin naar Auschwitz gedeporteerd. Allen zijn daar op 12 oktober 1942 vermoord.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden