‘Ideeën ontstaan vaak door toeval’ | Al het nieuws uit Aalten | Aalten Vooruit
Wim van den Camp vertelt over zijn bewegende object in zijn 'nette' kamer. Foto: Karin Stronks
Wim van den Camp vertelt over zijn bewegende object in zijn 'nette' kamer. Foto: Karin Stronks

‘Ideeën ontstaan vaak door toeval’

Uit de kunst met: Wim van den Camp

Door Karin Stronks

AALTEN - In Aalten en omstreken zijn veel kunstenaars actief, zij zijn net zo divers als de kunstwerken die ze produceren. In de rubriek ‘Uit de kunst met …’ komen kunstenaars aan het woord. Dit keer vertelt Wim van den Camp zijn verhaal.

De 78-jarige Wim van den Camp vestigde zich vijftien jaar geleden in Aalten. In zijn woning beschikt hij over een ‘nette’ ruimte en een werkplaats die hij zijn ‘vieze’ ruimte noemt. “Daar bedoel ik mee dat het stoffig is, hier maak ik mijn objecten. Boven in de nette kamer kan ik de kunstwerken uitproberen, kijken of het werkt zoals ik het heb bedoeld.” Een houten open constructie staat op de grond in de nette kamer, onder meer voorzien van motortjes, weerstandjes, adapters en een lampje. Wim schakelt het object in en het rolt rechtsom rond. En stopt. Rolt linksom met een andere snelheid. Fascinerend.

Wim glimlacht: “Dit object doet net wat je niet verwacht. Steeds dezelfde rondjes draaien is niet spannend. Dit is zo gemaakt dat het telkens iets anders gaat doen. Daar word ik door geïnspireerd, door constructies die iets doen wat niet door mensen is voorgeprogrammeerd. Een voorbeeld? Nou, een spoorboom bijvoorbeeld. Die gaat neer als er een trein komt. Als de spoorboom omhoog gaat en rechtop staat schudt hij na. Dat schudden is niet door mensen gemaakt maar hij doet het wel. Dat vind ik interessant. Ideeën ontstaan vaak door toeval. Kijk bijvoorbeeld naar een elastiekje dat een week om een verpakking in de vriezer heeft gezeten. Als je dat op het aanrecht legt gaat het ‘springen’, het probeert zijn oorspronkelijke vorm terug te krijgen.”

Van den Camp studeert af in de wiskunde in de jaren ’60 van de vorige eeuw. Als docent gebruikt hij vaak papieren modelletjes die hij zelf vouwt om uitleg te geven aan leerlingen. Hij legt uit: “Daar is het eigenlijk mee begonnen. Heb ik jarenlang gedaan, ruimtelijke dingen maken van papier in verschillende kleuren.” Twee jaar voor zijn pensioen nam hij les in steenhouwen in Doetinchem. “Dat heb ik zo’n tien jaar gedaan, stenen beelden maken. Voor opdrachten maar we hebben in de tuin ook nog objecten staan. Maar dat vond ik na verloop van tijd niet spannend meer. Nu richt ik me meer op beweging.”

In Utrecht volgde hij een deeltijd kunstopleiding. “Daar heb ik me kunnen uitleven. Ik deed van alles wat ik grappig vond. Breien, schilderen, tekenen. Maakte bijvoorbeeld een kartonnen kippenkopje waar met houten latjes een schommeltje aan zat. Of ik kocht een blokfluit bij Dorcas en spoot er pur in. Dat komt er dan in allerlei vormen uit. Het hoeft er ook niet uit te zien alsof je een prijs wilt winnen!” Anderhalf jaar geleden rondde Wim de kunstopleiding af en richt zich op bewegende objecten. “Mezelf bijspijkeren hierin doe ik door zelfstudie, veel lezen, op internet zoeken en praten met mensen. Bijvoorbeeld bij de kunstgroep Breekijzer waar ik bij aangesloten ben”, vertelt hij. Hij laat een boek zien met allerlei berekeningen, schema’s, tabellen en formules. “Ik schrijf ook vaak wat op!”

Het werk van Wim is op diverse exposities te zien. Hij geeft aan: “Met Septemberkunst heb ik meegedaan, we zaten met drie kunstenaars in het voormalige Kraamparadijs. In Amersfoort op de Kaalstaart-expositie was mijn werk te zien en ik ben gevraagd om in Bocholt, op Expo ‘A(p)art’, een tentoonstelling van schilderijen van mensen met een beperking, vier of vijf objecten te demonstreren. Meestal doe ik met twee of drie tentoonstellingen per jaar mee.”


www.wimvdcamp.com

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden