Alle genomineerden op het terras van De Heerlyckheid. Foto: Frank Vinkenvleugel
Alle genomineerden op het terras van De Heerlyckheid. Foto: Frank Vinkenvleugel

Erfgoedprijs gemeente Aalten voor de Heerlyckheid Bredevoort

Keuze uit zes nauwelijks te vergelijken genomineerden

Door Bernhard Harfsterkamp

BREDEVOORT – Jos Betting en Nicole Prinsen kregen op zaterdag 12 september de Erfgoedprijs van de gemeente Aalten. De metamorfose van Sint Bernardus tot de Heerlyckheid Bredevoort werd door de commissie Cultureel Erfgoed als winnaar gekozen uit zes genomineerden. “Bij de omvangrijke herbestemming van St. Bernardus tot hotel-restaurant zijn kosten noch moeite gespaard”, schrijft de commissie in het juryrapport. “Het initiatief toont aan dat erfgoed en een eigentijdse invulling met ook economische bedrijvigheid voor Bredevoort uitstekend samengaan en is daarmee een voorbeeld voor anderen.”

Rijke geschiedenis
De bijeenkomst vond toevallig plaats in de Heerlyckheid, waar burgemeester Anton Stapelkamp, voordat de winnaar werd bekend gemaakt, alle zes genomineerden besprak. Daarbij ging hij in op de rijke geschiedenis van het imposante gebouw aan ’t Zand in Bredevoort. De oudste delen van het gebouw stammen uit 1764. Van 1811 tot 1818 woonde hier Arnoldus Florentinus Roelvink. Hij was burgemeester van Bredevoort. “Toen Bredevoort bij Aalten werd gevoegd, pijnlijk moment misschien om hier te benoemen, werd hij burgemeester van Aalten”, zei de huidige burgemeester. “Hij werd opgevolgd door zijn zoon. De Roelvinks bestuurden van 1811 tot maar liefst 1886 de gemeente. Dat waren nog eens tijden van stabiel bestuur!” In 1902 werd het een sanatorium van de Zusters van Thuin en Freren en later een bejaardenoord.

Oude elementen bewaard
Jos Betting was blij met de prijs, ook al hadden wat hem betreft alle genomineerden de prijs verdiend. “Wij hebben er vijf jaar aan gebouwd. Het viel niet altijd mee, maar toch, het staat nu. We gaan het nu in alle rust opbouwen.” De friterie en de ijssalon waren al eerder in gebruik, het restaurant met terras werd in juni geopend en over twee weken wordt gestart met het hotel. “De eerste boekingen zijn er al”, zegt Betting. Bij de verbouwing zijn oude elementen bewaard en teruggebracht, zoals het balkon aan de voorkant. Binnen blijft het katholieke verleden zichtbaar. In de voormalige kapel valt een glas-in-lood-raam met een afbeelding van Jezus op. “Ik ben hier zelfs nog misdienaar geweest”, zegt Betting. “De wijn voor het laatste avondmaal moesten wij over de vingers van pastoor Hegeman in de kelk gieten, waarna hij die zegende.” Vanwege de coronavirus heerst er nog voorzichtigheid. Het terras kan alleen vanuit het gebouw bereikt worden, omdat alle gasten eerst hun persoonlijke gegevens moeten doorgeven. “Maar als het allemaal voorbij is gaat het hek naar het Vestingpark open en kunnen de gasten van alle kanten ons bereiken.” De 250 euro die de winnaar krijgt doneert Betting aan het KWF kankerfonds.

Kijk op erfgoed verandert
In vorige jaren was de uitreiking van de erfgoedprijs altijd het startpunt van de Open monumentendagen, waarop in de hele gemeente vele monumenten konden worden bezocht. Vanwege de coronacrisis moest het dit jaar blijven bij de uitreiking van de prijs en de toespraak van de burgemeester. “Onze burgers maar zeker ook de gemeente Aalten hechten grote waarde aan ons erfgoed”, zei hij. “Daarom geven we aandacht aan en spreken onze waardering uit over mensen en organisaties uit onze gemeenschap die op een bijzondere manier zich onderscheiden hebben in hun aandacht en zorg voor het erfgoed in onze gemeente.” In het eerste deel van zijn toespraak sprak Stapelkamp over erfgoed in het algemeen. “Wat we als waardevol erfgoed beschouwen is op zich inhoudelijk en zelfs wetenschappelijk te verantwoorden maar het is toch ook weer geen raketwetenschap”, zei hij. “Het heeft ook wel iets subjectiefs in zich. Ons erfgoed laat ons zien waar we vandaan komen, wie en wat we zijn, hoe we tegen onszelf en anderen aankijken en ook andersom. Dat is niet statisch maar verandert met de tijd, verandert mee met de opvattingen en idealen van ons mensen.” Voorbeeld is dat we nu anders aankijken tegen het interieur van onze ouders en grootouders en dat er al een project is om waardevolle interieurs te beschrijven en behouden. Dat geldt ook voor de gebouwen die in de periode van de wederopbouw van 1945 tot 1965 tot stand zijn gekomen, die momenteel veel meer gewaardeerd worden.

Van knopenfabriek tot kerkklok
Daarna besprak de burgemeester de genomineerden, die zeer divers van aard waren, waardoor een keuze voor een jury niet gemakkelijk was. “Vader en Zoon Heijnen zijn genomineerd voor hun inzet voor het fabriekspand Misterstraat 39 te Bredevoort. Het pand is gebouwd als stoomweverij en heeft lang – tot 1976 - dienst gedaan als Dutch Button Works.” Het werd verbouwd tot garage en krijgt binnenkort een derde leven als supermarkt met patiowoningen. “Velen hebben zich met het behoud van dit pand beziggehouden maar Bouwbedrijf Heijnen heeft met veel kennis en kunde dit project van de grond gekregen. Een aanwinst voor onze vestingstad”, zei de burgemeester. Stichting Bewaar ’t Olde uit Dinxperlo kreeg een nominatie voor het terughalen van een oude kerkklok en zorgde voor een passende klokkenstoel. “De klok en klokkenstoel zijn een aanwinst voor het oude kerkhof dat afgelopen jaar door vrijwilligers van de stichting is opgeknapt en wordt onderhouden.”

Boerderijen en nozems en nonnen
De familie Klijnsma was genomineerd voor de restauratie Bullens in Barlo. “De boerderij was eigenlijk niet meer dan een bouwval”, zei de burgemeester, “Ook de daken van de verschillende schuren waren al ingestort. Daar waar iedereen direct dacht aan slopen en nieuwbouw is deze authentieke boerderij door de familie Vincent en Bianca Klijnsma prachtig hersteld en gerestaureerd.” De boerderij “Jannes Kemink” in de Heurne was voorgedragen vanwege de erfinrichting met kleine agrarische en landschapselementen als hooiberg, kippenhok, schoppe met geveltekens, bakhuisje, boomgaard en poel. “Er is door de familie veel informatie verzameld over de oude situatie van rond de jaren ’30”, zei de burgemeester, “Ook bij oudere buurtgenoten en de vorige bewoner. Met grote zorg en liefde heeft men een oude boerderij en het erf helemaal opgeknapt.” Van een geheel andere orde was de nominatie voor de Oldtimer brommerclub “de Nozems en de Nonnen”. Deze groep van vijftig “enthousiastelingen” zet zich alweer vele jaren in voor de instandhouding van het mobiel erfgoed. Ze spannen zich in voor het behoud van oldtimer bromfietsen uit tweede helft van de jaren ´60 tot begin jaren ´80. “De nostalgie druipt ervan af”, zei de burgemeester, “Dit is een voorbeeld van wat dertig jaar geleden niemand als erfgoed beschouwd zou hebben. Nu is het voor velen een feest der herkenning.”

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden