Columns

Uut 't Wald | Maonde

Maonde

Het is een van de eerste dingen die kinderen op de basisschool leren: een jaar heeft vier seizoenen en twaalf maanden. Waarvan ze in een iets later stadium langzaamaan ook de namen leren kennen. Van januari tot en met december.
In de Achterhoek werd vroeger het jaar meestal een beetje anders ingedeeld. Natuurlijk, ook hier kenden we de twaalf maanden. (Afhankelijk van waar je woonde maonde, maonden, maond, mäönde of mond). Maar als mensen een bepaalde tijd wilden aanduiden hadden ze het meestal niet over een maand. Gebeurde iets in juli (hooimaand), dan was dat in 't heujen. Een maand later was het in den bouw. Hetgeen in de oogst(tijd) betekende. Maar ook de naamdagen van de meest bekende heiligen wist iedereen nog. Dus kon er ook iets gebeuren umme Sunte-Marten. Rond Sint Maarten (11 november) dus. Als boeren verhuisden deden ze dat traditioneel op 22 februari. Maar die datum werd nooit genoemd. Een nieuwe pachtboerderij betrok men op Sunte Peter.
Voor de twaalf kalendermaanden kent het Achterhoeks net als het Nederlands ook andere namen. Zo was maart (meert) de lentemaond, april de grös- gras- of gresmaond, mei de bluujmaond en november de slach(t)maond.
In maand zit het woord maan en dat is niet toevallig. Heel vroeger werd het jaar namelijk niet in twaalf, maar in dertien perioden verdeeld. Als hij moest bepalen wanneer er gezaaid en geoogst diende te worden, dan rekende een boer in periodes van 28 dagen: de omlooptijd van de maan. Nog tot zo'n 150 jaar geleden kende men in de Achterhoek het verschil tussen een maon(d), die 28 dagen telde, en een almenaksmaond van 30 of 31 dagen.

Meer berichten
 

Nieuwsoverzicht

Meer berichten